ECLI:NL:CBB:2026:270
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen maatregel tijdelijke doorhaling accountant wegens eenzijdig rapport in echtscheidingsprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van een registeraccountant tegen een maatregel opgelegd door de accountantskamer, die hem tijdelijk heeft doorgehaald in het register vanwege verwijtbaar handelen. De accountant had in een civiele echtscheidingsprocedure een rapport opgesteld als partijdeskundige, waarin volgens de accountantskamer belangrijke alternatieven en inzichtelijke berekeningen ontbraken.
De klacht betrof onder meer het onjuist toepassen van standaarden, het gebruik van ondeugdelijke gegevens en het onvoldoende onderbouwen van aannames in het rapport. De accountantskamer verklaarde een aantal klachtonderdelen gegrond en legde een doorhaling van één maand op.
In het hoger beroep voerde de accountant onder meer aan dat de klacht onterecht was uitgebreid, dat zijn rol als partijdeskundige onvoldoende was meegewogen, dat bepaalde keuzes niet onderbouwd hoefden te worden en dat de opgelegde maatregel te zwaar was. Het College van Beroep oordeelde dat de accountantskamer de klacht niet onrechtmatig had uitgebreid, dat de toetsingsmaatstaf passend was en dat de maatregel proportioneel was.
Het College bevestigde dat de accountant te veel het belang van zijn opdrachtgever had vooropgesteld, waardoor de waarheidsvinding werd belemmerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de accountant is ongegrond verklaard en de maatregel van tijdelijke doorhaling voor één maand gehandhaafd.