Op 17 januari 2023 constateerden toezichthouders en een dierenarts van de NVWA ernstige overtredingen bij 64 schapen op een weideperceel, waaronder slechte conditie, onvoldoende voer, en gebrek aan bescherming tegen weersomstandigheden. De staatssecretaris nam de schapen met spoed in beslag voor noodzakelijke medische verzorging. De eigenaar, [naam 4], betwistte de overtredingen en de rechtmatigheid van de bestuursdwang.
Het College beoordeelde dat de schapen in een zeer slechte gezondheid verkeerden, met onder meer ernstige vermagering, schurft, kreupelheid en diarree, waarvoor onmiddellijke verzorging en dierenartsconsultatie noodzakelijk waren. De staatssecretaris mocht daarom spoedbestuursdwang toepassen zonder voorafgaande last, mede omdat de overdracht van de schapen aan [naam 4] kort voor de controle plaatsvond en hij niet aanwezig was.
De tenaamstelling van het besluit werd in bezwaar gewijzigd naar de feitelijke houder, [naam 4], en het bezwaar van Veehandel BV werd niet-ontvankelijk verklaard. De kosten van bestuursdwang werden vastgesteld en deels herzien, maar de bezwaren daartegen werden verworpen. Het College oordeelde dat de staatssecretaris de intakelijst te laat had ingediend, waardoor deze buiten beschouwing bleef. Tot slot werd de Staat veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten.