ECLI:NL:CBB:2026:281
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid ACM en kwalificatie Grijpskerk en Norg als gasopslaginstallaties
NAM heeft beroep ingesteld tegen de certificeringsbesluiten van de ACM waarin NAM is aangewezen als opslagsysteembeheerder van de gasopslagen Grijpskerk en Norg. NAM betwist de bevoegdheid van de ACM om deze besluiten te nemen en de kwalificatie van de betreffende installaties als opslaginstallaties. Het College oordeelt dat de ACM wel bevoegd is op grond van een dynamische verwijzing in de Gaswet naar Verordening 715/2009, inclusief de in 2022 toegevoegde certificeringstaak.
De kern van het geschil betreft de uitleg van het begrip opslaginstallatie in artikel 2, negende lid, van de Gasrichtlijn. NAM stelt dat Grijpskerk en Norg productieopslagen zijn en geen gasopslagen, en dat de interpretatie van de ACM en de Europese Commissie niet bindend is. Het College volgt dit niet en stelt dat de kwalificatie afhangt van het feitelijk gebruik op het moment van beoordeling. Omdat Grijpskerk en Norg sinds 1997 worden gebruikt voor gasopslag en niet voor productie, kwalificeren zij als opslaginstallaties.
NAM voert aan dat de certificeringsbesluiten in strijd zijn met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, maar dit betoog is onvoldoende onderbouwd. Het College verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de ACM de certificeringsbesluiten terecht heeft genomen. NAM hoeft geen proceskosten te worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep van NAM tegen de certificering als opslagsysteembeheerder van Grijpskerk en Norg wordt ongegrond verklaard.