Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaken tussen
[naam 1] , te [woonplaats] (dierhouder)
Procesverloop in beroep
Waar gaat deze zaak over?
Wettelijk kader
Beoordeling van het beroep
Beslissing
- verklaart het beroep in zaak 22/1119 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de last onder dwangsom en betrekking heeft op maatregel 3 en voor zover het ziet op de invordering van een dwangsom van € 250,- vanwege het niet uitvoeren van maatregel 3;
- herroept de last onder dwangsom in zoverre, herroept het invorderingsbesluit in zoverre en stelt de in te vorderen dwangsom vast op € 1.250,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- verklaart het beroep in zaak 22/1118 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de maatregelen 1, 3 en 4 en herroept de last onder bestuursdwang voor zover;
- verklaart het beroep tegen het kostenbesluit gegrond en vernietigt het kostenbesluit;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt de staatssecretaris op om het betaalde griffiegeld van in totaal € 368,- aan de dierhouder te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de dierhouder tot een bedrag van in totaal € 4.134,-.