ECLI:NL:CBB:2026:303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtreding condensvorming in koelcellen slachterij
In deze zaak gaat het om drie boetes van elk €5.000 die zijn opgelegd aan een slachterij wegens overtredingen van het voorschrift dat condensvorming op oppervlakken moet worden voorkomen, zoals opgenomen in punt 2b van hoofdstuk I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 852/2004.
De slachterij betoogde dat uitsluitend het specifieke voorschrift van punt 1c van hoofdstuk II van bijlage II van toepassing zou zijn en dat het niet mogelijk is condensvorming te voorkomen op verdampers en baanwerk. Het College verwierp deze argumenten en bevestigde dat het algemene voorschrift van hoofdstuk I overkoepelend geldt en dat de slachterij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het onmogelijk is condensvorming te voorkomen.
Ook het verzoek om halvering van de boetes wegens gering risico voor de volksgezondheid werd afgewezen. Het College oordeelde dat condensdruppels ziekteverwekkers kunnen bevatten en dat er een reëel risico bestond, ondanks dat in één geval geen besmetting was vastgesteld. De boetes zijn daarom terecht opgelegd en niet gematigd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 juli 2024 is bevestigd. De boetes zijn evenredig en de staatssecretaris was bevoegd deze op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boetes voor overtreding van condensvoorschriften in koelcellen worden bevestigd.