ECLI:NL:CBB:2026:305
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie op nihil wegens niet-vakbekwame installatie warmtepompen
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 juni 2026 uitspraak gedaan over het beroep tegen de vaststelling van een investeringssubsidie voor warmtepompen. De kern van het geschil betrof de vraag of de installatie van de warmtepompen was uitgevoerd door een bouwinstallatiebedrijf, zoals vereist in de subsidieregeling.
De appellant had een bon overgelegd van een bouwinstallatiebedrijf voor de controle van de installatie, maar het College oordeelde dat controle achteraf niet gelijkstaat aan installatie door een vakbekwaam bedrijf. Hierdoor was niet voldaan aan de voorwaarde voor subsidie. De minister was bevoegd om de subsidie vast te stellen op nihil en maakte terecht gebruik van die bevoegdheid.
Het College benadrukte dat de eis van installatie door een bouwinstallatiebedrijf is gesteld om deskundige en veilige installatie te waarborgen. Het feit dat de warmtepompen veilig zijn bevonden na controle leidt niet tot een andere conclusie. De vaststelling op nihil is een passend en noodzakelijk middel om onterecht verleende subsidie terug te vorderen. De appellant heeft geen recht op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht vastgesteld op nihil wegens niet-vakbekwame installatie.