ECLI:NL:CBB:2026:312

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
24/266
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2006/19/EGUitvoeringsverordening (EU) 2019/1085Uitvoeringsverordening (EU) 2025/881Verordening (EG) nr. 1107/2009Artikel 6 gewasbeschermingsverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing toelating en verlenging gewasbeschermingsmiddelen met 1-methylcyclopropeen wegens niet-naleving gebruiksbeperking

AgroFresh Holding France S.A.S. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Ctgb waarin de aanvragen tot verlenging van de toelating van EthylBloc Sachet en tot eerste toelating van SmartFresh InBox zijn afgewezen. Beide middelen bevatten de werkzame stof 1-methylcyclopropeen (1-MCP) en zijn bedoeld voor na-oogstbehandeling van siergewassen en fruit.

De afwijzing is gebaseerd op het feit dat de middelen niet voldoen aan de beperking dat het gebruik van 1-MCP alleen is toegestaan als groeiregulator na de oogst in een afgesloten entrepot. De middelen worden in zakjes verpakt en samen met gewassen of fruit in dozen geplaatst, wat niet als een afgesloten entrepot wordt beschouwd. Daarnaast ontbraken voldoende gegevens over blootstelling van de huid en inhalatietoxiciteit.

AgroFresh stelde dat de door haar aangeleverde gegevens ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten en dat het middel op basis daarvan had kunnen worden toegelaten. Het College oordeelt echter dat de beperking uit de Uitvoeringsverordening 2019/1085 bindend is en dat het Ctgb niet verplicht was de aanvullende informatie mee te wegen, omdat de middelen niet binnen de toegestane gebruiksomvang vallen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het Ctgb hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 7 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep van AgroFresh wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toelating en verlenging van de gewasbeschermingsmiddelen wordt bevestigd.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/266

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen

AgroFresh Holding France S.A.S., te Parijs (Frankrijk) (AgroFresh)

(gemachtigde: mr. L.P.W. Mensink)
en

het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)

(gemachtigde: mr. M.K. Polano)

Procesverloop

Met het besluit van 4 mei 2023 (afwijzingsbesluit 1) heeft het Ctgb de aanvraag tot verlenging van de toelating voor het gewasbeschermingsmiddel EthylBloc Sachet afgewezen.
Met het besluit van 4 mei 2023 (afwijzingsbesluit 2) heeft het Ctgb de aanvraag tot toelating voor het gewasbeschermingsmiddel SmartFresh InBox afgewezen.
Met het besluit van 24 januari 2024 (bestreden besluit) heeft het Ctgb de bezwaren van AgroFresh tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard.
AgroFresh heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het Ctgb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben nadere stukken ingezonden.
De zitting was op 11 maart 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Ook hebben deelgenomen namens AgroFresh [naam 1] en [naam 2] en, namens het Ctgb, [naam 3] en [naam 4] .

Overwegingen

Inleiding
1.1
Het beroep gaat over de afwijzing van twee aanvragen die AgroFresh bij het Ctgb heeft ingediend, met Nederland als zonaal rapporteur. Het betreft een aanvraag om de toelating van het gewasbeschermingsmiddel EthylBloc Sachet te verlengen – het middel was eerder toegelaten met een besluit van 5 oktober 2018 – en een aanvraag om de eerste toelating van het gewasbeschermingsmiddel SmartFresh InBox. EthylBloc Sachet is een damp ontwikkelend middel voor gebruik als groeiregulator voor een na-oogstbehandeling bij siergewassen, zoals snijbloemen. SmartFresh InBox is ook een damp ontwikkelend middel, bedoeld om te worden gebruikt als een na-oogstbehandeling op appels, peren en pruimen. De middelen zijn identiek. De middelen zijn in zakjes verpakt en deze zakjes worden samen met siergewassen of fruit in (transport)dozen verpakt.
1.2
EthylBloc Sachet en SmartFresh InBox bevatten de werkzame stof
1-methylcyclopropeen (1-MCP). Met Richtlijn 2006/19 [1] is deze werkzame stof voor het eerst goedgekeurd, met de bijzondere bepaling dat alleen gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan. De besluiten waar het in deze procedure over gaat, zijn gebaseerd op Uitvoeringsverordening 2019/1085 [2] , waarbij de goedkeuring van 1-MCP per 1 augustus 2019 is verlengd tot en met 31 juli 2034. Uitvoeringsverordening 2019/1085 bevat, net als Richtlijn 2006/19, de bijzondere bepaling (beperking) dat alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan. In Uitvoeringsverordening 2025/881 [3] is deze beperking opgeheven. Deze verordening is na het bestreden besluit (per 28 mei 2025) in werking getreden en ligt dus niet ten grondslag aan de besluitvorming.
1.3
Aan de afwijzingsbesluiten heeft het Ctgb ten grondslag gelegd dat de data over de blootstelling van de huid van de werker bij het uitpakken van behandelde dozen onvoldoende zijn, waardoor niet tot een acceptabel risico geconcludeerd kan worden. Daarnaast kan geen acceptabel risico van inhalatietoxiciteit worden vastgesteld voor de toepasser, werker, omstander en omwonende, omdat bij de herbeoordeling van de stofgoedkeuring is vastgesteld dat er een
data gapis voor een eindpunt voor inhalatietoxiciteit.
1.4
Met het bestreden besluit van 24 januari 2024 zijn de bezwaren tegen de afwijzingsbesluiten ongegrond verklaard. Het Ctgb neemt daarbij het standpunt in dat, alleen al vanwege het ontbreken van voldoende informatie over de blootstelling aan de huid, de aanvragen terecht zijn afgewezen.
Standpunt AgroFresh
2.1
AgroFresh voert aan dat voor de voorliggende toelatingsaanvragen een risicobeoordeling voor inhalatieabsorptie had kunnen en moeten worden uitgevoerd op basis van de informatie die zij heeft aangeleverd bij haar parallelle aanvraag voor de uitbreiding van de goedkeuring van de werkzame stof 1-MCP. Dat bij de (verlengde) goedkeuring van
1-MCP een data gap is vastgesteld, betekent niet dat in zoverre per definitie geen middelen kunnen worden toegelaten totdat bij de volgende verlenging van de goedkeuring nieuwe data zijn betrokken. Uit het
Guidance document on the evaluation of new active substance data post (renewal of) approval(SANCO/10328/2004-rev 9, 21 oktober 2021) (guidance document) blijkt dat er redenen kunnen zijn voor het indienen van nieuwe gegevens over de werkzame stof na de goedkeuring en vóór de volgende geplande verlenging daarvan.
2.2
Verder heeft het Ctgb volgens AgroFresh de in de commentaarronde ingediende risicobeoordeling over de blootstelling van de huid van de werker ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Als het Ctgb meent dat in de commentaarronde geen verduidelijking meer mag worden gegeven, dan had het eerder die mogelijkheid moeten bieden. AgroFresh heeft geen enkele mogelijkheid gekregen om de in de ogen van het Ctgb bestaande onduidelijkheid weg te nemen. Zij is hierover pas na de start van de commentaarronde geïnformeerd.
Standpunt Ctgb
3 Het Ctgb stelt zich op het standpunt dat de aanvragen terecht zijn afgewezen.
Wettelijk kader
4 In overweging 11 van de preambule van Uitvoeringsverordening 2019/1085 staat:
“Overeenkomstig artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6 van Pro Verordening (EG) nr. 1107/2009, en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen. Het is met name passend de beperking van het gebruik als plantengroeiregulator voor opslag na de oogst enkel in afgesloten entrepots te handhaven.”
In artikel 1 van Pro Uitvoeringsverordening 2019/1085 staat dat de goedkeuring van de werkzame stof 1-MCP onder de in bijlage I vastgestelde voorwaarden wordt verlengd.
In die bijlage staat als specifieke bepaling dat alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan.
In Uitvoeringsverordening 2019/1085 worden verschillende artikelen uit de gewasbeschermingsverordening genoemd. Voor deze zaak zijn de volgende artikelen uit de gewasbeschermingsverordening relevant.
Artikel 6 bepaalt Pro dat de goedkeuring onder meer afhankelijk kan worden gesteld van bepaalde voorwaarden en beperkingen.
Ook bij een verlenging van een goedkeuring kunnen voorwaarden en beperkingen als bedoeld in artikel 6 gelden Pro. Dit staat in artikel 14, eerste lid, van de gewasbeschermingsverordening.
In artikel 29 staan Pro de eisen die gelden voor de toelating van een gewasbeschermingsmiddel. Het eerste lid, onder a, bepaalt dat de werkzame stoffen die het gewasbeschermingsmiddel bevat, zijn goedgekeurd. Het eerste lid, onder e, vereist dat het gewasbeschermingsmiddel op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis voldoet aan de eisen van artikel 4, derde lid. Artikel 4, derde lid, aanhef en onder b, stelt als eis dat het gewasbeschermingsmiddel geen onmiddellijk of uitgesteld schadelijk effect heeft op de gezondheid van de mens.
Artikel 43 gaat Pro over de verlenging van een toelating. Het eerste lid bepaalt dat de toelating wordt verlengd, op voorwaarde dat nog steeds aan de eisen van artikel 29 wordt Pro voldaan. Op grond van het derde lid verifieert de lidstaat dat het gewasbeschermingsmiddel, dat een bepaalde werkzame stof bevat, voldoet aan de voorwaarden en beperkingen van de verordening tot verlenging van de goedkeuring van die werkzame stof.
Beoordeling College
4.1
Het betoog van AgroFresh komt erop neer dat de door haar verstrekte gegevens over inhalatieabsorptie en over dermale blootstelling ten onrechte niet bij de beoordeling van de toelatingsaanvragen zijn betrokken en dat, als dat wel was gebeurd, de middelen hadden kunnen worden toegelaten. Dit betoog slaagt niet. Het College overweegt daarover het volgende.
4.2
De gewasbeschermingsverordening [4] bepaalt dat werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen door de Commissie moeten worden goedgekeurd. Deze goedkeuringsprocedure voor werkzame stoffen wordt geregeld in hoofdstuk II van de verordening. Gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten door de lidstaten. De toelatingsprocedure wordt geregeld in hoofdstuk III. De twee procedures zijn nauw met elkaar verbonden, onder meer omdat de toelating van een gewasbeschermingsmiddel volgens artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van deze verordening vereist dat de werkzame stoffen ervan zijn goedgekeurd.
4.3
De Commissie keurt werkzame stoffen op grond van artikel 4 van Pro de gewasbeschermingsverordening goed (of verlengt de goedkeuring daarvan) indien – kort gezegd – kan worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten, geen schadelijke effecten hebben op de gezondheid van mens of dier of op het grondwater, en geen onaanvaardbare effecten hebben op het milieu. Deze goedkeuring kan afhankelijk worden gesteld van voorwaarden en beperkingen. Dit staat in artikel 6 van Pro de gewasbeschermingsverordening. De goedkeuring van de werkzame stof wordt in zoverre dan onder voorbehoud in de goedkeuringsverordening opgenomen (artikel 13 van Pro de gewasbeschermingsverordening). Dat is in geval van 1-MCP gebeurd. Zoals hiervoor al genoemd, is de goedkeuring van 1-MCP in Uitvoeringsverordening 2019/1085 per
1 augustus 2019 verlengd, met de beperking dat alleen gebruik van de stof als groeiregulator na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan. De goedkeuring van 1-MCP strekt zich dus niet uit tot enig ander gebruik.
Aanvraag tot toelating van SmartFresh Inbox
4.4
Het gaat bij SmartFresh Inbox om een aanvraag voor het gebruik van een in zakjes verpakt gewasbeschermingsmiddel in (transport)dozen. Dit gebruik valt niet onder de beperking, omdat zakjes in dozen niet als afgesloten entrepots (
sealable warehouses) kunnen worden aangemerkt. Uitvoeringsverordening 2019/1085 voorziet niet in een mogelijkheid om af te wijken van deze beperking. Dit betekent dat het middel om die reden niet mocht worden toegelaten. Aan de eisen voor toelating was, gelet op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 6 van Pro de gewasbeschermingsverordening, namelijk niet voldaan.
Aanvraag tot verlenging van de toelating EthylBloc Sachet
4.5
De toelating van een gewasbeschermingsmiddel kan op grond van artikel 43, eerste lid van de gewasbeschermingsverordening worden verlengd, op voorwaarde dat nog steeds aan de eisen van artikel 29 wordt Pro voldaan. Op grond van het derde lid van artikel 43 verifi Proëren de lidstaten daarbij dat het gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de voorwaarden en beperkingen van de Uitvoeringsverordening tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof. Evenals in het geval van SmartFresh Inbox geldt dat de aanvraag voor de verlengde toelating van EthylBloc Sachet niet voldoet aan de gestelde beperking in Uitvoeringsverordening 2019/1085, omdat het ook hier gaat om gebruik van in zakjes verpakte gewasbeschermingsmiddelen in dozen en dit niet onder de beperking en daarmee niet onder de reikwijdte van de goedkeuring valt. Ook deze aanvraag moest daarom worden afgewezen.
4.6
Uit 4.4 en 4.5 volgt ook dat het Ctgb niet gehouden was de (nader) verstrekte informatie van AgroFresh bij de beoordeling te betrekken, omdat die eventuele nadere informatie er niet aan kan afdoen dat niet aan de beperking van de goedkeuring wordt voldaan. Het Ctgb heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de door AgroFresh gedane aanvraag tot wijziging van de voorwaarden van de goedkeuring van de 1-MCP (die tot een nieuwe Uitvoeringsverordening heeft geleid) een aparte procedure betreft en dat het Ctgb daarom niet op de uitkomst daarvan vooruit kon lopen dan wel in afwachting van die besluitvorming de behandeling van de aanvraag moest aanhouden. Met betrekking tot het beroep dat AgroFresh heeft gedaan op het guidance document van de Commissie, oordeelt het College dat dit document – dat juridisch niet bindend is – geen basis biedt om in afwijking van de goedkeuring in Uitvoeringsverordening 2019/1085 tot toelating van de gewasbeschermingsmiddelen over te gaan.
5 De beroepsgronden slagen niet.
Slotsom
6 Het beroep is ongegrond. Het Ctgb hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, mr. C.T. Aalbers en mr. M.L. Noort, in aanwezigheid van mr. A.C. van Helvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
w.g. J.H. de Wildt w.g. A.C. van Helvoort

Voetnoten

1.Richtlijn 2006/19/EG van de Commissie van 14 februari 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde 1-methylcyclopropeen op te nemen als werkzame stof. De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens de gewasbeschermingsverordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening 540/2011.
2.Uitvoeringsverordening (EU)2019/1085 van de Commissie van 25 juni 2019 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie.
3.Uitvoeringsverordening (EU) 2025/881 van de Commissie van 7 mei 2025 tot wijziging van de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2019/1085 en (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen.
4.Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen.