ECLI:NL:CBB:2026:317
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoeken TVL-subsidie wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
De ondernemer heeft herzieningsverzoeken ingediend tegen afwijzingen van TVL-subsidies voor het vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022. De minister wees deze verzoeken af omdat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies en geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd.
De ondernemer stelde dat een eerdere uitspraak van het College hem in het gelijk had gesteld voor een andere subsidieperiode, wat volgens hem een nieuw feit was dat herziening rechtvaardigde. Ook voerde hij persoonlijke en medische omstandigheden aan die volgens hem tot een evidente onredelijkheid van de afwijzing leidden.
Het College oordeelde dat een rechterlijke uitspraak geen nieuw feit is in de zin van de Awb en dat de eerdere uitspraak over een andere subsidieperiode geen recht geeft op TVL-subsidie voor de hier betrokken kwartalen. Er was geen sprake van een kennelijke misslag of bijzondere omstandigheden die de afwijzing evident onredelijk maken.
Het College benadrukte dat de ondernemer de mogelijkheid had om bezwaar te maken tegen de oorspronkelijke subsidiebesluiten, maar dit niet had gedaan. De herzieningsprocedure is niet bedoeld om alsnog bezwaar te kunnen maken. Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De herzieningsverzoeken voor TVL-subsidie zijn terecht afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.