ECLI:NL:CBB:2026:330
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking chauffeurskaart wegens niet overleggen nieuwe Verklaring omtrent Gedrag
De chauffeur was houder van een chauffeurskaart en werd door de minister verzocht binnen vier weken een nieuwe Verklaring omtrent Gedrag (VOG) te overleggen vanwege een melding van het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent Gedrag (COVOG) dat de chauffeur recentelijk met justitie in aanraking was gekomen. De minister trok de chauffeurskaart in omdat de chauffeur geen nieuwe VOG overlegde.
De chauffeur stelde bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde het bezwaar ongegrond. De chauffeur ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Tijdens de procedure werd vastgesteld dat de aanvraag van de chauffeur voor een nieuwe VOG was afgewezen vanwege een snelheidsovertreding tijdens de proeftijd van een eerdere overtreding.
Het College oordeelde dat de minister terecht de chauffeurskaart introk omdat de chauffeur niet voldeed aan de wettelijke eisen. De minister hoefde geen nadere toelichting te vragen of een hoorzitting te houden, omdat de chauffeur voldoende gelegenheid had gehad om alsnog een VOG te overleggen, maar dit niet deed. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de chauffeur is ongegrond verklaard en de intrekking van de chauffeurskaart bevestigd.