ECLI:NL:CBB:2026:47

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
24/413
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 Elektriciteitswet 1998Art. 29 Elektriciteitswet 1998Art. 36 Elektriciteitswet 1998Art. 1.1.1 Tarievencode elektriciteitArt. 3.1.3 Tarievencode elektriciteit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

College bevestigt rechtmatigheid transporttarief voor gecontracteerd vermogen ondanks later gebruik

Vogelweg HV Station B.V. heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de ACM waarin werd geoordeeld dat Liander niet in strijd met de Elektriciteitswet 1998 handelde door het transporttarief te baseren op het gecontracteerde transportvermogen, ondanks dat Vogelweg het vermogen pas later daadwerkelijk gebruikt.

De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 3.7.5 van de Tarievencode elektriciteit (TCE), waarin de tariefdragers kWgecontracteerd en kWmax zijn vastgesteld. Vogelweg stelde dat het tarief gebaseerd moet zijn op het daadwerkelijk gebruikte vermogen, niet op het gecontracteerde vermogen zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst (ATO).

Het College oordeelt dat de tekst van artikel 3.7.5 TCE duidelijk is en dat het gecontracteerde vermogen moet worden uitgelegd als het in de ATO vastgelegde vermogen. De wetgever heeft bewust onderscheid gemaakt tussen het tarief gebaseerd op vermogen (kW) en het tarief gebaseerd op daadwerkelijk verbruik (kWh). Het tarief voor kWgecontracteerd dekt de kosten van de infrastructuur en is niet afhankelijk van het daadwerkelijke gebruik.

Vogelweg's argumenten dat de tariefdrager kWgecontracteerd het daadwerkelijke gebruik zou moeten weerspiegelen, worden door het College verworpen. Ook het discriminatieverweer faalt omdat Vogelweg beschikt over een aansluiting waarop elektriciteit wordt ontvangen, waardoor het transporttarief terecht in rekening wordt gebracht.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van Vogelweg wordt ongegrond verklaard en Liander mag het transporttarief baseren op het gecontracteerde vermogen vanaf de contractdatum.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/413

uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen

Vogelweg HV Station B.V., te Zeewolde (Vogelweg)

(gemachtigde: mr. M.R. het Lam)
en

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

(gemachtigden: mr. G.J.P. Leuverink en mr. N.W.S. van Kampen)
met als derde partij

Liander N.V., te Arnhem (Liander)

(gemachtigden: mr. R.W. de Vlam en mr. R.H.B. Duncker)

Procesverloop

Met het besluit van 15 maart 2024 heeft de ACM besloten op de aanvraag tot geschilbeslechting van Vogelweg over het in rekening brengen van het transporttarief door Liander voor transportcapaciteit die pas later wordt gebruikt. De ACM heeft de klacht van Vogelweg ongegrond verklaard.
Vogelweg heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
De ACM heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 13 november 2025. Aan de zitting hebben genoemde gemachtigden deelgenomen. Voor Vogelweg heeft [naam 2] , en voor Liander heeft [naam 3] , ook aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding
1.1
Vogelweg is beheerder van een net waarop meerdere windparken zijn aangesloten. Vogelweg heeft van de ACM een ontheffing gekregen om voor dit net als netbeheerder op te treden. Dit net, een gesloten distributiesysteem (GDS), is aangesloten op het
150 kV hoogspanningsnet op het onderstation Zeewolde. Liander was ten tijde van belang eigenaar van het 150 kV hoogspanningsnet. TenneT voert in opdracht van Liander beheerstaken uit. Vogelweg en Liander hebben op 29 november 2019 een aansluit- en transportovereenkomst (ATO) gesloten. In de ATO is onder meer voor afname een gecontracteerd transportvermogen overeengekomen van 10 MW.
1.2
Op 24 juni 2022 heeft Vogelweg een verzoek ingediend bij Liander en TenneT voor een verhoging van het transportvermogen voor afname op het GDS van 10 MW naar 103 MW. Daarbij heeft Vogelweg te kennen gegeven dat zij vanaf mei 2024 gebruik wil maken van deze extra transportcapaciteit omdat de te installeren batterijen op dat moment operationeel zullen zijn. Op 8 november 2022 heeft TenneT Vogelweg een aanbod gedaan waarbij de afname van het transportvermogen in de ATO wordt verhoogd naar 103 MW. De ingangsdatum wordt 1 januari 2023. Op 30 november 2022 heeft Vogelweg dit aanbod onder protest geaccepteerd en de afnamecapaciteit bijgesteld van 103 MW naar 95 MW.
1.3
Vogelweg heeft daarna een aanvraag tot geschilbeslechting ingediend. Vogelweg is het er namelijk niet mee eens dat zij volgens de aangepaste ATO met ingang van 1 januari 2023 een transporttarief gebaseerd op het gecontracteerde transportvermogen aan Liander moet betalen, terwijl zij pas vanaf mei 2024 daadwerkelijk gebruik gaat maken van dit transportvermogen. De ACM heeft de klacht van Vogelweg ongegrond verklaard. Volgens de ACM heeft Liander niet in strijd gehandeld met de Elektriciteitswet 1998 (Elektriciteitswet) en de Tarievencode Elektriciteit (TCE) door Vogelweg het transporttarief in rekening te brengen voor de per 1 januari 2023 gecontracteerde transportcapaciteit.
Wettelijk kader
2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Oordeel van het College
3.1
Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Elektriciteitswet brengt de netbeheerder het transporttarief in rekening bij iedere afnemer die elektriciteit ontvangt op een aansluiting. In artikel 1.1.1 van de TCE is, voor zover relevant, bepaald dat deze code de elementen en wijze van berekening beschrijft van het tarief waarvoor transport van elektriciteit ten behoeve van aangeslotenen zal worden uitgevoerd en waarvoor systeemdiensten worden verricht, alsmede de energiebalans wordt gehandhaafd. Hoofdstuk 3.7 van de TCE gaat over het transportafhankelijke verbruikerstransporttarief (TAVT). In artikel 3.7.5 van de TCE is bepaald wat de tariefdragers zijn voor het TAVT voor gebruikers in de tariefcategorie
HS (hoogspanning). Dit zijn de tariefdrager kWgecontracteerd en de tariefdrager kWmax.
3.2
Tussen partijen is niet in geschil dat Vogelweg, dat is aangesloten op het hoogspanningsnet 150 kV, valt in de tariefcategorie HS, en voor het transport van elektriciteit een TAVT moet betalen. Evenmin is de betekenis van tariefdrager kWmax tussen partijen in geschil. Het gaat er Vogelweg in de kern om dat de waarde van de tariefdrager kWgecontracteerd moet aansluiten bij de waarde van het vermogen dat Vogelweg daadwerkelijk heeft gebruikt en niet bij het vermogen dat Vogelweg en Liander in de ATO hebben gecontracteerd
.
4.1
Het beroep van Vogelweg slaagt niet. Het College overweegt daartoe als volgt.
4.2
Naar het oordeel van het College is de tekst van artikel 3.7.5 van de TCE, op zichzelf bezien, duidelijk. Hierin is namelijk alleen bepaald welke tariefdragers het TAVT bepalen, te weten kWgecontracteerd en kWmax. De tekst van artikel 3.7.5 van de TCE zelf biedt geen aanknopingspunten voor de uitleg van Vogelweg dat voor de tariefdrager kWgecontracteerd moet worden uitgegaan van het daadwerkelijk gebruikte vermogen en dat dit vermogen dus een andere waarde kan hebben dan de waarde van het gecontracteerd vermogen dat Vogelweg en Liander zijn overeengekomen en dat is vastgelegd in de ATO.
4.3
In dit verband is van belang dat de wetgever bij de invoering van de transporttarieven een onderscheid heeft gemaakt tussen aan de ene kant het transporttarief dat rekening houdt met het vermogen en aan de andere kant het transporttarief dat is gekoppeld aan de feitelijk getransporteerde elektriciteit en daarmee aan het daadwerkelijk gebruik van het elektriciteitsnet. Uit de Kamerstukken II 1998/99, 26 303, nr. 3, blz. 23, blijkt namelijk dat de tariefdrager kW rekening houdt met de transportcapaciteit, in tegenstelling tot de tariefdrager kWh die rekening houdt met de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit. Dit heeft geresulteerd in het Besluit van de minister van Economische Zaken van 1 juli 1999 tot Vaststelling tariefdragers tarieven transport en levering elektriciteit (Stcrt. 1999, nr. 126, blz. 8) waarin in artikel 1, aanhef en onder b, is bepaald dat tariefdrager voor het transportafhankelijke element van het tarief voor afnemers die elektriciteit afnemen van het hoogspanningsnet, kW is. In de toelichting bij dit besluit is vermeld dat globaal genomen het besluit betekent dat voor grootverbruikers een capaciteitsgebonden tariefdrager (kW) geldt, voor kleinverbruikers een verbruiksgebonden tariefdrager (kWh) en voor de middengroep van verbruikers een gemengde tariefdrager (kW/kWh). Hieruit moet worden afgeleid dat, nu voor het bepalen van het TAVT een kW tariefdrager is vastgesteld en niet een kWh tariefdrager, het vermogen en niet het feitelijk gebruikte vermogen voor die tariefdrager bepalend is. Bovendien wordt door tariefdrager kWmax rekening gehouden met het transportvermogen dat Vogelweg niet gebruikt. kWmax is namelijk de werkelijk voorgekomen maximale belasting van het net door Vogelweg, in dit geval per maand. Dit betekent dat, wanneer Vogelweg geen gebruik maakt van het haar ter beschikking gestelde verhoogde transportvermogen, de kWmax niet wordt verhoogd.
4.4
Met inachtneming van het voorgaande is het College van oordeel dat gecontracteerd vermogen in artikel 3.7.5 TCE moet worden uitgelegd als het door Vogelweg gecontracteerde vermogen dat in de ATO is vastgelegd, wat in dit geval neerkomt op 95 MW. Dit sluit ook aan bij wat in artikel 3.2.1 van de TCE is bepaald, namelijk dat het transporttarief dient ter dekking van de kosten van de door de netbeheerder beheerde infrastructuur, voor zover deze kosten geen deel uitmaken van de aansluitkosten, gelezen in samenhang met artikel 3.2.2, onder a, van de TCE waarin is bepaald wat de transportafhankelijke kosten zijn.
5.1
Het betoog van Vogelweg dat uit artikel 3.7.4 van de TCE volgt dat de waarde van de tariefdrager kWgecontracteerd de waarde is die Vogelweg redelijkerwijs maximaal op enig moment in het jaar verwacht nodig te hebben, wat volgens Vogelweg betekent dat het dus gaat om het daadwerkelijke gebruik van het vermogen, volgt het College niet. De tekst van artikel 3.7.4 van de TCE geeft namelijk geen aanknopingspunten voor het oordeel dat met gecontracteerd transportvermogen het daadwerkelijk gebruik van het vermogen wordt bedoeld.
5.2
Ook het argument van Vogelweg dat uit de artikelen 3.7.6 en 3.7.7 van de TCE volgt dat het moet gaan om het daadwerkelijk gebruik van het vermogen, volgt het College niet. In die artikelen is namelijk alleen bepaald dat bij overschrijding het gecontracteerd transportvermogen wordt aangepast en dat de nieuwe waarde geldt voor het gehele kalenderjaar waarin de overschrijding zich voordoet, en dat het gecontracteerd transportvermogen, wanneer sprake is van sterk gewijzigde omstandigheden, maximaal eenmaal gedurende het jaar naar beneden of naar boven kan worden aangepast. Uit de tekst van artikel 3.1.3 van de TCE, waarin is bepaald dat voor het leveren van de transportdienst het transporttarief in rekening wordt gebracht per aansluiting van een aangeslotene die elektriciteit ontvangt, valt ook niet af te leiden dat het moet gaan om het daadwerkelijk gebruik van het vermogen.
5.3
De bevestiging die Vogelweg voor haar standpunt, dat de waarde van de tariefdrager kWgecontracteerd slaat op het daadwerkelijke gebruik van het vermogen, in artikel 3.10.1 van de TCE leest, omdat in dat artikel wordt bepaald dat de waarden van de tariefdragers plaatsvinden op basis van gemeten waarden, leidt niet tot een ander oordeel. De waarde van het ter beschikking gestelde vermogen ligt namelijk vast in de ATO en is dus niet afhankelijk van het vermogen dat wordt gebruikt.
5.4
Uit de Begrippencode valt ook niet af te leiden dat Liander geen transporttarief in rekening mag brengen voor ongebruikt gecontracteerd transportvermogen. Dat volgens Vogelweg het beschikbaar houden van vermogen niet kan worden aangemerkt als transport en er in dat geval ook geen sprake is van een verbruiker, laat – ook als dat betoog juist zou zijn – onverlet dat de TCE, en niet de Begrippencode elektriciteit, de voorwaarden bevat over de berekening van het tarief waarvoor transport van elektriciteit ten behoeve van aangeslotenen zal worden uitgevoerd.
5.5
Tot slot overtuigt ook het argument van Vogelweg, dat uit artikel 7.1 van de Netcode elektriciteit in combinatie met artikel 3.7.4 van de TCE moet worden afgeleid dat de waarde van tariefdrager kWgecontracteerd het daadwerkelijke gebruik is, het College niet. De omstandigheid dat een aangeslotene volgens Vogelweg niet verplicht is het totale gecontracteerde en beschikbare vermogen af te nemen en een aangeslotene daarom jaarlijks dient op te geven wat hij redelijkerwijs denkt nodig te hebben, betekent op zichzelf niet dat de waarde van genoemde tariefdrager het daadwerkelijke gebruik is.
6 Dit betekent dat het College van oordeel is dat de ACM terecht heeft geconcludeerd dat Liander niet in strijd met de Elektriciteitswet heeft gehandeld door per 1 januari 2023 bij Vogelweg het transporttarief voor het gecontracteerde transportvermogen van 95 MW in rekening te brengen.
7 Tot slot is naar het oordeel van het College geen sprake van schending van het discriminatieverbod zoals neergelegd in artikel 23, derde lid, Elektriciteitswet. Anders dan Vogelweg betoogt, is het College met de ACM van oordeel dat de situatie van Vogelweg niet dezelfde is als de situatie van een aanvrager die heeft verzocht om een aansluiting en transportvermogen. Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Elektriciteitswet is het hebben van een aansluiting waarop elektriciteit wordt ontvangen een noodzakelijke voorwaarde om het transporttarief in rekening te kunnen brengen. Omdat Vogelweg wel beschikt over zo’n aansluiting waarop elektriciteit wordt ontvangen, kan het transporttarief in rekening worden gebracht bij Vogelweg. Een aanvrager heeft (nog) geen aansluiting waarop elektriciteit wordt ontvangen, zodat er ook geen transporttarief in rekening kan worden gebracht.
Slotsom
8 Dit betekent dat het beroep van Vogelweg niet slaagt. Het College zal het beroep ongegrond verklaren. De ACM hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, mr. J.H. de Wildt en mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
w.g. B. Bastein w.g. P.M. Beishuizen

Bijlage

Elektriciteitswet 1998
Artikel 23, eerste en derde lid
1. De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. De netbeheerder verstrekt degene die om een aansluiting op het net verzoekt een gedetailleerde en volledige opgave van de uit te voeren werkzaamheden en de te berekenen kosten van de handelingen, onderscheiden in artikel 28, eerste lid.
3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
Artikel 29, tweede lid
2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit ontvangt op een aansluiting op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. Het tarief kan verschillen voor verschillende afnemers, afhankelijk van het spanningsniveau van het net waarop de afnemer is aangesloten. (…)
Artikel 36, eerste lid
1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de tariefstructuren en voorwaarden vast met inachtneming van (…)
Tarievencode elektriciteit1.1 Werkingssfeer
Artikel 1.1.1
Deze code beschrijft de elementen en wijze van berekening van het tarief waarvoor aangeslotenen zullen worden aangesloten op een net, van het tarief waarvoor transport van elektriciteit, met inbegrip van de invoer, uitvoer en doorvoer van elektriciteit, ten behoeve van aangeslotenen zal worden uitgevoerd en waarvoor de systeemdiensten worden verricht, alsmede de energiebalans wordt gehandhaafd en het tarief voor meting van elektriciteit bij kleinverbruikers.
(…)
Artikel 3.1.3
Voor het leveren van de transportdienst wordt het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening gebracht per aansluiting van een aangeslotene die elektriciteit ontvangt. Voor aansluitingen bestaande uit meer verbindingen geldt dat deze verbindingen voor het transporttarief als één aansluiting beschouwd worden voor zover de verbindingen in één en dezelfde tariefcategorie vallen en de netaansluitpunten van deze verbindingen liggen in delen van het net van de netbeheerder die in de normale bedrijfstoestand galvanisch met elkaar verbonden zijn. Indien door deze sommatie het transportvermogen uitgaat boven de grenzen van de betreffende tariefcategorie volgens 3.7.2, dan blijft toch de tariefcategorie, waarin de afzonderlijke verbindingen vallen, gelden.
3.7
Het transportafhankelijke tarief – het transportafhankelijke verbruikers transporttarief (TAVT)
Artikel 3.7.1
Met inachtneming van artikel 3.2.5 worden voor de bepaling van het transportafhankelijke verbruikers-transporttarief (TAVT) de volgende tariefcategorieën onderscheiden:
a1. EHS
a2. HS
b. TS
c. Trafo HS+TS / MS
d. MS
e. Trafo MS / LS
f. LS
g. LS geschakeld
Artikel 3.7.2
Verbruikers worden ingedeeld in de onder 3.7.1 genoemde categorieën volgens onderstaande regels:
a. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen en met een geschakelde aansluiting, beneden een door de netbeheerder bepaalde minimumgrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie LS geschakeld;
b. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen beneden een door de netbeheerder bepaalde minimumgrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie LS;
c. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen boven de onder b bedoelde ondergrens doch beneden een door de netbeheerder bepaalde middengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie Trafo MS/LS;
d. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen boven de onder c bedoelde middengrens doch beneden een door de netbeheerder bepaalde bovengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie MS;
e. een verbruiker met een gecontracteerd transportvermogen boven de onder d genoemde bovengrens wordt ingedeeld in de tariefcategorie die behoort bij het werkelijke spanningsniveau waarop hij is aangesloten.
Artikel 3.7.3
De grenzen genoemd in 3.7.2 komen overeen met de grenzen in de tabel in 2.3.3c. De verdeling van de aangeslotenen over de categorieën voor het gecontracteerde transportvermogen ex artikel 3.7.2 kan echter afwijken met die voor de gewenste aansluitcapaciteit ex artikel 2.3.3 in die zin dat aangeslotenen voor het gecontracteerde transportvermogen op verzoek van de aangeslotene in een lagere categorie kunnen worden ingedeeld dan voor de gewenste aansluitcapaciteit.
Artikel 3.7.4
Onder gecontracteerd transportvermogen wordt verstaan dat vermogen dat een verbruiker redelijkerwijs verwacht maximaal op enig moment in het jaar nodig te hebben voor zijn aansluiting. Iedere verbruiker met een aansluiting groter dan 3x80A is verplicht om aan de netbeheerder een waarde voor het gecontracteerde transportvermogen op te geven. Deze waarde is gelijk of kleiner dan de waarde van de gewenste aansluitcapaciteit.
Artikel 3.7.5
De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in 3.7.1, onder a tot en met c, zijn:
a. kWgecontracteerd voor gecontracteerd transportvermogen ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van 3.6.3 worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde netvlakken;
b. kWmax per maand ter dekking van 50% van de kosten die met toepassing van 3.6.3 worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde netvlakken.
(…)
Artikel 3.7.6
De in 3.7.5, onder a, en de in 3.7.5a onder a, genoemde tariefdragers worden gebaseerd op de waarde van het gecontracteerde transportvermogen voor een kalenderjaar. Bij overschrijding wordt het gecontracteerde transportvermogen aangepast en geldt de nieuwe waarde voor het gehele kalenderjaar waarin de overschrijding zich voordoet. Dit is alleen van toepassing wanneer de verschillende netaansluitpunten van een aangeslotene in de normale bedrijfstoestand operationeel zijn.
Artikel 3.7.7
Het gecontracteerde transportvermogen voor verbruikers genoemd in 3.7.5 en 3.7.5a kan maximaal eenmaal gedurende het jaar naar beneden of boven worden aangepast, indien er sprake is van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien, onverminderd het bepaalde in 3.7.6.
(…)
Artikel 3.10.1
De kostentoerekening en de vaststelling van de waarden van de tariefdragers vinden plaats op basis van gemeten waarden, waarbij de eisen die in de Meetcode elektriciteit zijn neergelegd in acht worden genomen. Uitgezonderd worden de waarden van de tariefdrager voor aangeslotenen in de tariefcategorieën genoemd in 3.7.1 onder f met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A en g. Deze waarden worden bepaald volgens 3.7.13a.