ECLI:NL:CBB:2026:5
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- T. Pavićević
- M.J. Jacobs
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onvoldoende verrijkingsmateriaal en nestmateriaal voor varkens
De zaak betreft het hoger beroep van een varkenshouder tegen een boetebesluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid en Natuur. De boete van €1.500,- werd opgelegd wegens overtreding van artikel 2.22, eerste en tweede lid, van het Besluit houders van dieren, omdat de varkens niet permanent beschikten over voldoende materiaal om te onderzoeken en mee te spelen en omdat zeugen en gelten in de laatste week voor het werpen niet over adequaat nestmateriaal beschikten.
Tijdens een inspectie op 17 augustus 2022 constateerden toezichthouders van de NVWA dat in de kraamstallen slechts een kunststof pijpje als verrijkingsmateriaal aanwezig was, wat niet voldoet aan de wettelijke eis van eet- en wroetbaar materiaal. Ook was er geen adequaat nestmateriaal aanwezig voor zeugen en gelten in de laatste week voor het werpen. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de varkenshouder terecht was beboet en wees de bezwaren af.
In hoger beroep voerde de varkenshouder aan dat het doel van de regeling, het voorkomen van verwondingen, werd bereikt en dat het stro dat zij verstrekte voldoende was. Het College verwierp deze argumenten en bevestigde dat het materiaal permanent aanwezig moet zijn en eet- en wroetbaar moet zijn. Ook oordeelde het College dat de minister terecht mocht aannemen dat de zeugen en gelten in de laatste week voor het werpen waren, omdat zij individueel werden gehouden, conform de regelgeving.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €1.500,- wegens onvoldoende verrijkingsmateriaal en nestmateriaal voor varkens.