Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 februari 2026 in de zaak tussen
[naam 1] Kwekerij B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] )
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop
Overwegingen
European and Mediterranean Plant Protection Organization(EPPO) blijkt dat Meloidogyne enterolobii zich verspreidt via irrigatiewater en dat er rekening mee wordt gehouden dat het zich ook via drainwater verspreidt wanneer planten op hetzelfde watergeefsysteem zijn aangesloten. Ten tijde van het bestreden besluit deed de minister verder wetenschappelijk onderzoek naar de verspreiding van Meloidogyne enterolobii via het water. Op basis van de toen beschikbare informatie konden alle partijen planten op hetzelfde watergeefsysteem worden aangemerkt als waarschijnlijk besmet. De minister is op grond daarvan van mening dat deze planten via het watersysteem zo dicht in de nabijheid van de besmette planten zijn geweest, dat de planten terecht waarschijnlijk besmet zijn verklaard. Het onderzoek waarnaar de minister in het bestreden besluit heeft verwezen is inmiddels afgerond. Dit is het onderzoek ‘Verspreiding van Meloidogyne enterolobii in eb-vloed watergeefsystemen’ van de Wageningen University & Research. De conclusie uit het onderzoek is dat Meloidogyne enterolobii zich via een eb-vloedwatersysteem kan verspreiden. Ten tijde van het opleggen van de maatregelen bestond, op basis van de geldende wetenschappelijke literatuur, al het sterke vermoeden dat dit het geval kon zijn. Naar aanleiding van deze onderzoeksresultaten meent de minister dat er ook nu voldoende wetenschappelijke onderbouwing bestaat voor het standpunt dat planten besmet kunnen raken met Meloidogyne enterolobii indien deze met besmette planten in hetzelfde watergeefsysteem staan. Om die reden is de minister van mening dat hij terecht is overgegaan tot het opleggen van maatregelen voor alle planten die in de kas bij [naam 1] stonden.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van [naam 1] tot een bedrag van € 467,-;
- veroordeelt de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- aan [naam 1] .