ECLI:NL:CBB:2026:9
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- T. Pavićević
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet voldoen aan mestverwerkingsplicht intermediair bevestigd
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur legde een bestuurlijke boete op aan een intermediair die in 2019 niet voldeed aan de mestverwerkingsplicht. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende inzicht in de toepassing van onnauwkeurigheidsmarges voor intermediairs. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt echter dat het rapport "Hoe gaat RVO.nl om met de nauwkeurigheid van hoeveelheden aan- en afgevoerde mineralen?" ook op intermediairs van toepassing is en dat de minister terecht de boete heeft opgelegd.
De intermediair voerde aan dat zij voldoende mest had verwerkt door export, maar dit werd verworpen omdat de export niet in mindering mag worden gebracht op de verwerkingsplicht. Ook het beroep op het ontbreken van specificaties voor eindproducten en het verbod van willekeur faalde. De boete werd niet als onevenredig beoordeeld, ondanks het geringe economisch voordeel, omdat de boete een prikkelfunctie heeft.
De redelijke termijn voor de procedure was met 10 maanden overschreden, maar de minister had de boete al met het maximale bedrag gematigd. Het College vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de intermediair ongegrond en handhaafde de boete van €50.531,-. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €50.531,- wegens niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht wordt gehandhaafd.