Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [woonplaats] (slachterij)
en
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
De omstandigheid dat een slachterij onder permanent toezicht staat is op zichzelf geen reden om de boete onevenredig te achten. Het is niet aannemelijk geworden dat de frequentie van het toezicht bij eiseres hoger is dan bij andere vergelijkbare bedrijven. In het beleid is voor bedrijven met permanent toezicht (zie Specifiek Interventiebeleid Vlees, p. 6/7, en het Algemeen Interventiebeleid p.10) een verbijzondering van het algemene beleid opgenomen, die rekening houdt met de vergrote kans op het aantreffen van een overtreding.”
Wettelijk kader
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
campylobacter-bacterie. Dat, zoals de slachterij mede onder verwijzing naar IRAS onderzoeken stelt, de aantallen campylobacter-bacteriën afkomstig uit galverontreiniging relatief laag zijn en niet tot een meetbaar verhoogd risico leiden, wil nog niet zeggen dat de mogelijke gevolgen van die verontreiniging, die een gevaar introduceert, ontbreken dan wel gering zijn. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat ook kleine verontreinigingen met ziekteverwekkende bacteriën in gal op borstkappen van kippen mensen ziek kunnen maken.
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het de hoogte van de boete betreft;
- stelt de boete vast op € 3.250,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de beslissing op bezwaar;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- bepaalt dat de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 548,- aan de slachterij terugbetaalt.