De maatschap exploiteert een akkerbouwbedrijf en vroeg voor 2022 basis- en vergroeningsbetalingen aan. De minister stelde de vergroeningsbetaling lager vast en legde een extra sanctie op omdat onvoldoende ecologisch aandachtsgebied was ingericht, waarbij percelen 16 en 32 niet werden meegeteld.
De maatschap overlegde in beroep alsnog leesbare etiketten van het zaaizaadmengsel voor perceel 16, waarop de minister aangaf de beoordeling te herzien. Voor perceel 32 gebruikte de maatschap een zaaizaadmengsel met een klein aandeel Engels raaigras, dat niet op de toegestane lijst staat, waardoor dit perceel terecht niet werd meegeteld.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de minister verplicht was de betaling te verlagen en een sanctie op te leggen bij onvoldoende ecologisch aandachtsgebied. Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van de maatschap.