ECLI:NL:CBB:2026:95

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
23/1394
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 5:16 AwbArt. 5:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Brieven over perceelsaangifte boomkwekerij zijn geen bestuursbesluiten

In deze zaak vorderde Naktuinbouw, als toezichthoudende keuringsinstantie voor de tuinbouw, via brieven van 14 en 26 juni 2023 dat een boomkwekerij perceelsaangifte zou doen. In de brieven werd aangegeven dat bij uitblijven van aangifte Naktuinbouw geen keurings- en inspectiewerkzaamheden meer zou uitvoeren en de NVWA zou verzoeken maatregelen te treffen.

De boomkwekerij maakte bezwaar tegen deze brieven, maar Naktuinbouw verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het zou gaan om feitelijke handelingen en geen besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde dit oordeel.

Het College overwoog dat een besluit gericht moet zijn op rechtsgevolg, dat wil zeggen een verandering in rechten of plichten. De brieven bevatten geen concrete maatregelen en zijn slechts mededelingen over mogelijke feitelijke handelingen. Daarom kwalificeren zij niet als besluiten waarop bezwaar kan worden gemaakt.

Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd ongegrond verklaard en Naktuinbouw hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt de scheidslijn tussen feitelijke handelingen en besluiten binnen het bestuursrechtelijke toezicht.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard omdat de brieven geen bestuursbesluiten zijn.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1394

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[naam 1] B.V., te [woonplaats] ( [naam 2] )

(gemachtigde: [naam 2] )
en

de Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw)

(gemachtigden: mr. R.G.J. Broenink en mr. M. van der Ven)

Procesverloop

Met brieven van 14 juni 2023 en 26 juni 2023 heeft Naktuinbouw de perceelsaangifte van [naam 2] gevorderd.
Bij besluit van 26 juni 2023 (bestreden besluit) heeft Naktuinbouw het bezwaar van [naam 2] niet-ontvankelijk verklaard.
[naam 2] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Naktuinbouw heeft een verweerschrift ingediend en nadere stukken ingezonden.
De zitting was op 27 januari 2026. Deze zaak is op de zitting gevoegd behandeld met zaken 23/189, 24/810 en 25/692. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Na de zitting is de zaak 23/1394 van de zaken 23/189, 24/810 en 25/692 gesplitst.

Overwegingen

1. [naam 2] heeft een boomkwekerij. Naktuinbouw houdt toezicht als keuringsinstantie voor de tuinbouw. In die toezichthoudende taak heeft Naktuinbouw met de brieven van 14 juni 2023 en 26 juni 2023 van [naam 2] gevorderd dat zij aangifte doet van haar percelen. In de brief van 14 juni 2023 staat dat als [naam 2] geen gevolg geeft aan de vordering, Naktuinbouw de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hiervan op de hoogte zal stellen en zal verzoeken maatregelen te treffen. In de brief van 26 juni 2023 staat dat als Naktuinbouw op 28 juni 2023 vóór 17.00 uur de aangifte niet heeft ontvangen, zij vanaf die datum geen keurings- en inspectiewerkzaamheden meer uitvoert voor [naam 2] .
2 Naktuinbouw heeft het bezwaar van [naam 2] tegen deze twee brieven niet-ontvankelijk verklaard, omdat het gaat om toezichthandelingen en dus om feitelijke handelingen. In het kader van het door haar uit te oefenen toezicht vordert Naktuinbouw perceelsaangifte. Dit doet zij op grond van artikel 5:16 en Pro artikel 5:20 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de parlementaire behandeling van titel 5.2 van de Awb (Toezicht op de naleving) is gesteld dat bij toezichthandelingen van bestuursorganen als Naktuinbouw sprake is van feitelijk handelen. Ook uit rechtspraak blijkt dat genoemde toezichthandelingen niet als besluit worden gekwalificeerd. De verplichting vloeit voort uit de wet.
3.1
Het College overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is een besluit gericht op rechtsgevolg. Dit betekent dat de beslissing moet zijn bedoeld om verandering te brengen in de rechten en/of plichten van degene tot wie die beslissing is gericht (zie van de uitspraak van het College van 18 november 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:608), onder 5.3).
3.2
In de brieven van 14 juni 2023 en 26 juni 2023 wordt gevorderd dat [naam 2] aangifte doet van haar percelen. Als zij dat niet tijdig doet, dan is het gevolg daarvan dat Naktuinbouw geen keurings- en inspectiewerkzaamheden voor [naam 2] meer uitvoert. Ook zal Naktuinbouw de NVWA verzoeken maatregelen te treffen. In deze brieven staan geen concrete maatregelen vermeld. De mededeling dat mogelijk geen keurings- en inspectiewerkzaamheden meer zullen worden uitgevoerd, is alleen een mededeling dat mogelijk geen bepaalde feitelijke handelingen (meer) zullen plaatsvinden (zie de uitspraak van het College van 5 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:673), onder 6.2). Om die reden zijn de brieven niet gericht op rechtsgevolg en zijn ze daarmee geen besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
3.3
Naktuinbouw heeft gelet hierop het bezwaar tegen de brieven terecht niet-ontvankelijk verklaard.
3.4
Het beroep is ongegrond. Naktuinbouw hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
w.g. J.H. de Wildt w.g. C.D.V. Efstratiades