De Centrale Grondkamer behandelde het hoger beroep van de verpachter tegen een beschikking van de grondkamer Zuid die de pachtprijs van een pachtovereenkomst wijzigde en goedkeurde. De pachtovereenkomst betrof een garage, opbergruimte, erf en recht van overpad, met een oorspronkelijke pachtprijs van €2.000 per maand, gewijzigd naar €11.426 per jaar.
De grondkamer Zuid had op 12 november 2010 de wijziging vastgesteld en de beschikking op 9 december 2010 aan partijen verzonden. De verpachter diende zijn beroepschrift op 11 januari 2011 in, één dag na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn die op 10 januari 2011 eindigde, omdat 9 januari een zondag was.
Hoewel de verpachter binnen de beroepstermijn bezwaar had gemaakt bij de grondkamer zelf, was dit niet het juiste orgaan voor beroep. De Centrale Grondkamer oordeelde dat dit bezwaar niet tot ontvankelijkheid van het te late beroepschrift bij de Centrale Grondkamer leidde. De verpachter had voldoende tijd om tijdig beroep in te stellen bij de juiste instantie. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Centrale Grondkamer besloot dat de grieven van de verpachter inhoudelijk niet meer hoefden te worden behandeld en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De beschikking werd gegeven op 8 februari 2011 door een kamer met vijf leden.