ECLI:NL:CG:2011:8
Centrale Grondkamer
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging pachtovereenkomst en uitleg pachtprijs bedrijfsgebouwen
De Centrale Grondkamer behandelde het hoger beroep tegen een beschikking van de grondkamer Noord waarin een pachtovereenkomst tussen pachter en verpachter werd gewijzigd en goedgekeurd. De pachter had bezwaar gemaakt tegen deze goedkeuring en verzocht om vernietiging van de pachtovereenkomst of subsidiair een verlaging van de pachtprijs.
De pachter stelde dat de pachtovereenkomst leidde tot ondoelmatige verkaveling en schending van de algemene belangen van de landbouw, mede doordat hij de bedrijfsgebouwen niet meer kon gebruiken en de pachtprijs te hoog was. De Centrale Grondkamer overwoog dat een pachtovereenkomst niet op verzoek van een partij kan worden vernietigd op grond van artikel 7:319 lid 1 sub e BW Pro, maar slechts ambtshalve na toetsing van de situatie ten tijde van het aangaan van de overeenkomst.
De Centrale Grondkamer stelde vast dat de situatie op het moment van aangaan van de overeenkomst leidend is en dat het verlies van gebruik van gronden na dat moment hieraan niets afdoet. Ook werd bevestigd dat bij de bepaling van de pachtprijs van bedrijfsgebouwen moet worden gekeken naar de oppervlakte land die met die gebouwen kan worden geëxploiteerd, ongeacht of de pachter die grond geheel of gedeeltelijk in gebruik heeft. De grieven van de pachter werden ongegrond verklaard en de beschikking van de grondkamer werd bevestigd.
De Centrale Grondkamer wees ook het verzoek tot kostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en twee deskundige leden, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De Centrale Grondkamer bevestigt de beschikking en verklaart het beroep van de pachter ongegrond.