Uitspraak
[naam maatschap A]en haar maten
:
[maat 1],
[maat 2],
[naam maatschap B], gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [gemeente in de provincie Zuid-Holland], en haar maten:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Grondkamer
In deze zaak stond centraal de vraag of tussen partijen een pachtovereenkomst bestond betreffende een perceel land van 16,47,70 hectare in Zuid-Holland en of de overeengekomen tegenprestatie niet hoger was dan de toegestane pachtprijs. De Centrale Grondkamer oordeelde dat de beoordeling van het rechtskarakter van de overeenkomst exclusief aan de bevoegde pachtrechter is voorbehouden, maar dat zij deze rechtsvraag als voorvraag moest beantwoorden om het geschil te kunnen beoordelen.
Uit het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage bleek dat de relatie tussen partijen niet als een pachtovereenkomst kon worden aangemerkt, maar dat de vergoeding eerder het karakter van een schadevergoeding had. Appellanten hadden het perceel bewerkt en knolselderij geplant zonder toestemming van de eigenaar, die het perceel inmiddels aan een derde had geleverd. De Centrale Grondkamer bevestigde dat appellanten niet gerechtigd waren tot het oogsten van de knolselderij zonder toestemming.
De Centrale Grondkamer verklaarde het verzoek van appellanten tot toetsing van de pachtovereenkomst en pachtprijs terecht niet-ontvankelijk. Verder werd overwogen dat er geen plaats was voor een kostenveroordeling in deze procedure. De beschikking van de grondkamer Zuidwest werd bevestigd, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Grondkamer bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot toetsing van de pachtovereenkomst en pachtprijs.