ECLI:NL:CG:2018:1

Centrale Grondkamer

Datum uitspraak
14 juni 2018
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
GP 11.785
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:367 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging schrapping beëindigingsbeding in reguliere pachtovereenkomst

De zaak betreft een geschil over een bijzondere voorwaarde in een reguliere pachtovereenkomst tussen een college van kerkrentmeesters als verpachter en een pachter. De bijzondere voorwaarde gaf de verpachter het recht om een deel van de gepachte grond terug te nemen voor uitbreiding van een begraafplaats, met een mogelijkheid voor de pachter om zonder opzegtermijn de overeenkomst te ontbinden.

De Grondkamer Noord had deze bijzondere voorwaarde al geschrapt bij beschikking in eerste aanleg, omdat tussentijdse opzegging niet mogelijk is bij reguliere pachtovereenkomsten vanwege duurbescherming volgens artikel 7:367 BW Pro. De verpachter ging hiertegen in hoger beroep, maar de pachter stuurde geen verweerschrift in.

De Centrale Grondkamer overweegt dat het beëindigingsbeding niet verenigbaar is met de duurbescherming van de reguliere pachtovereenkomst. De eerdere goedkeuring van een soortgelijke clausule in een andere overeenkomst doet hieraan niet af. De Kamer wijst erop dat de verpachter zijn doel kan bereiken met een geliberaliseerde pachtovereenkomst met een tussentijds beëindigingsbeding, maar die ligt niet ter toetsing. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de schrapping bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de schrapping van het beëindigingsbeding in de reguliere pachtovereenkomst wordt bevestigd.

Uitspraak

CENTRALE GRONDKAMER
Datum: 14 juni 2018
Dossiernummer: GP 11.785
Beschikking
in de zaak van:

Het college van kerkrentmeesters van de Protestantse Gemeente Trynwâldengevestigd te Oenkerk ([adres])

-hierna te noemen: verpachter-
[gemachtigde]
-tegen-

[naam pachter]

gevestigd te [adres]
-hierna te noemen: pachter-
niet verschenen

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 8 januari 2018, verzonden op 9 januari 2018, heeft de Grondkamer Noord de reguliere pachtovereenkomst tussen partijen goedgekeurd onder schrapping van de bijzondere voorwaarde onder artikel 5, “De in deze overeenkomst gepachte grond… zonder enige opzegtermijn gerechtigd de pachtovereenkomst te ontbinden.”

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift van 29 januari 2018, ingekomen ter griffie op 30 januari 2018, is verpachter in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Verpachter keert zich tegen de schrapping van artikel 5 van Pro de pachtovereenkomst.
De pachter heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld te zijn, geen verweerschrift ingestuurd.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

1. Artikel 5 van Pro de pachtovereenkomst luidt als volgt:
“De in deze overeenkomst gepachte grond grenst aan de begraafplaats die tevens bij verpachtster in eigendom is. Op deze begraafplaats zijn het overgrote deel van de graven reeds uitgegeven. Mocht naar mening van verpachter het nodig zijn de begraafplaats uit te breiden, dan zal een deel van de verpachte grond aan verpachter teruggegeven moeten worden. Op dit moment is niet bekend in welke richting de eventuele uitbreiding van de begraafplaats zal plaatsvinden. Pachter zal alle medewerking verlenen aan de teruggave van grond voor de uitbreiding van de begraafplaats en geen recht hebben op schadevergoeding of anderszins compensatie. Verpachter zal pachter minimaal 9 maanden van tevoren ervan in kennis stellen als zij van zins is verpachte grond terug te nemen. Pachter is dan zonder enige opzegtermijn gerechtigd de pachtovereenkomst te ontbinden.”
2. Met artikel 5 heeft Pro verpachter zich het recht voorbehouden het gepachte te verkleinen indien grond nodig is om de begraafplaats bij de kerk uit te breiden. Het betreft hier dus een beëindigingsbeding in een reguliere pachtovereenkomst. Voor de reguliere pachtovereenkomst geldt echter duurbescherming en uit artikel 7:367 BW Pro vloeit voort dat tussentijdse opzegging niet mogelijk is. Daaraan doet niet af de stelling van verpachter dat de grondkamer eerder een gesloten pachtovereenkomst tussen hem en een andere pachter, waarin voormeld artikel 5 ook Pro was opgenomen, ongewijzigd heeft goedgekeurd.
3. De Centrale Grondkamer wijst erop dat verpachter zijn doel kan bereiken met een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor langere duur met een tussentijds beëindigingsbeding, dat immers onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar is. De Centrale Grondkamer verwijst naar zijn beschikkingen van 22 november 2017, GP 11.773, GP 11.774 en GP 11.778 (Landbank/pachters). Die overeenkomst ligt thans echter niet ter toetsing voor. Om die reden kan de Centrale Grondkamer niet ingaan op het voorstel van verpachter om de onderhavige pachtovereenkomst om te zetten in een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor de duur van vier jaren.

Slotsom

Het hoger beroep faalt.

Beslissing

De Centrale Grondkamer, beschikkende in hoger beroep:
bevestigt de beschikking, waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven op 14 juni 2018 door mrs. Th.C.M. Willemse, J.H. Lieber en H.L. Wattel en de deskundige leden ing. P. Kerkstra en ir. H.K.C. Roelofsen, in tegenwoordigheid van
mr. M. Vriend, als .