ECLI:NL:CRVB:1977:BY1474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Van der Meide
- Grosheide
- Van der Velden
- Rechtspraak.nl
Herziening verzekeringsplicht en arbeidsongeschiktheid in WAO- en Ziektewetuitkeringen
Eiser, werkzaam als timmerman bij de Gebr. R. te W. tot 19 november 1971, ontving daarna een werkloosheidsuitkering tot 1 juni 1972. Hij vroeg een WAO-uitkering aan wegens een hartafwijking die in 1971 werd vastgesteld. De Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid wees de uitkering af omdat eiser niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden binnen de verzekerde periode zoals vereist volgens de Ziektewet en WAO.
De Raad van Beroep te Arnhem verklaarde het beroep van eiser ongegrond, stellende dat eiser niet verzekerd was na 19 november 1971. Eiser stelde dat hij als werknemer in dienstbetrekking had gewerkt en dat hij recht had op uitkering. Gedaagde voerde aan dat eiser verzekerd was gedurende de periode van werkloosheidsuitkering en dat alleen de vraag restte of arbeidsongeschiktheid binnen die verzekerde periode was ontstaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de eerste rechter ten onrechte aannam dat eiser na 19 november 1971 niet verzekerd was. Omdat de arbeidsongeschiktheid na die datum niet was beoordeeld, vernietigde de Raad de uitspraak en verwees de zaak terug voor nadere behandeling. Hiermee blijft de vraag of eiser recht heeft op WAO- of Ziektewetuitkering open.
Uitkomst: De eerdere uitspraak wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van arbeidsongeschiktheid na 19 november 1971.