ECLI:NL:CRVB:1989:AK3404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag wegens opheffing van ambtelijke betrekking en passende functieaanbieding
Eiser was sinds 1979 in dienst van de gemeente en vervulde vanaf 1983 de functie van manager van het gemeentelijk slachthuis, een functie die 80-90% van zijn werktijd in beslag nam. Door achteruitgang en verkoop van het slachthuis in 1987 kwam deze functie te vervallen. De gemeente verleende daarop eervol ontslag wegens opheffing van de betrekking. De eerste rechter verklaarde het ontslagbesluit nietig en kende een vergoeding toe, maar verklaarde het beroep tegen de niet-benoeming tot directeur van een ontmoetingscentrum ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verdwijnen van 80-90% van de werkzaamheden wel degelijk een opheffing van de betrekking inhoudt, waardoor ontslag op die grond gerechtvaardigd is. Hoewel begrip bestaat voor de onvrede van eiser over de wijze van afwikkeling, is het niet onredelijk dat de gemeente hem niet automatisch terugplaatste bij de Economische Dienst.
De Raad stelt dat de gemeente voldoende inspanningen heeft geleverd om een passende functie aan te bieden, waaronder de functie van plaatsvervangend chef Burgerzaken, die eiser niet tijdig accepteerde. Andere vacatures, waaronder de directeursfunctie bij het ontmoetingscentrum, waren niet passend of waren niet verplicht aan eiser toe te wijzen. Daarom is er onvoldoende grond voor nietigverklaring van het ontslagbesluit en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.