ECLI:NL:CRVB:1990:ZB5779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid en concurrentiebeding bij werkloosheidsuitkering
Eiser was werkzaam bij A. Electro Industrie BV en had een concurrentiebeding dat hem verbood om binnen twee jaar na beëindiging van zijn dienstverband bij een concurrerende onderneming te werken. Eiser wilde per 1 juni 1987 in dienst treden bij een concurrent, W., maar deze kon hem vanwege het concurrentiebeding niet aannemen. Hierdoor was zijn beschikbaarheid voor arbeid uitsluitend gericht op W., wat volgens de Raad volstrekt illusoir was en geen recht op werkloosheidsuitkering gaf.
Eiser deed later aangifte van werkloosheid en probeerde ook elders werk te vinden. De Raad stelde vast dat het begrip 'beschikbaar zijn om arbeid te aanvaarden' inhoudt dat de werknemer feitelijk en reëel beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. De beperkte beschikbaarheid van eiser voor slechts één werkgever die hem niet kon aannemen, voldeed hier niet aan.
Toen eiser zijn beschikbaarheid uitbreidde naar andere werkkringen dan alleen W., kreeg zijn beschikbaarheid een reële inhoud. De Raad vernietigde de bestreden beslissing en bepaalde dat gedaagde een nadere beslissing moet nemen over de aanspraken van eiser op uitkering, rekening houdend met de eerste werkloosheidsdag en het arbeidsurenverlies.
Daarnaast werd bepaald dat het door eiser betaalde griffierecht aan hem moet worden vergoed.
Uitkomst: Eiser was op 1 juni 1987 niet werkloos omdat zijn beschikbaarheid voor arbeid uitsluitend gericht was op een werkgever die hem vanwege een concurrentiebeding niet kon aannemen.