ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens verrichte werkzaamheden en verlies werknemerschap
Appellant ontving vanaf 8 oktober 2002 een WW-uitkering gebaseerd op een verlies van arbeidsuren. Het UWV stelde op grond van een rapport werknemersfraude vast dat appellant werkzaamheden verrichtte voor een onderneming, zonder dit te melden, waardoor het recht op uitkering werd herzien en terugvordering werd ingesteld.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant tegen de herziening en terugvordering ongegrond, primair vanwege het niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en subsidiair het verlies van het werknemerschap. Appellant voerde in hoger beroep aan wel beschikbaar te zijn en dat de werkzaamheden onbetaald waren.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk arbeid verrichtte die in het economisch verkeer gebruikelijk is en dat het recht op uitkering daarmee is geëindigd. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat het oordeel over beschikbaarheid niet kon worden onderschreven, maar handhaafde het besluit op de subsidiaire grond dat appellant zijn werknemerschap had verloren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het door appellant betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het verrichten van werkzaamheden waardoor het recht op uitkering is geëindigd.