ECLI:NL:CRVB:1992:AK9762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WW-uitkering bij verblijf buiten Nederland anders dan wegens vakantie
De zaak betreft een geschil over de toekenning van WW-uitkering aan gedaagde tijdens een verblijf in Suriname, dat niet als vakantie werd aangemerkt. Eiser, de bedrijfsvereniging, had aanvankelijk een deel van de dagen als vakantiedagen beschouwd en uitkering toegekend, maar dit bleek buitenwettelijk.
De Raad stelt vast dat het verblijf van gedaagde niet onder de vakantieregeling valt zoals omschreven in het Vakantiebesluit 1986 en dat de uitsluitingsgrond van art. 19, eerste lid, onder f, van de WW van toepassing is. De bedrijfsvereniging had geen beleidsvrijheid om hiervan af te wijken.
Verder oordeelt de Raad dat het aantal vakantiedagen correct is vastgesteld op basis van de CAO en dat een overheveling van niet-benutte vakantiedagen uit voorgaande jaren niet mogelijk is. Ook het verzoek om het verblijf als buitengewoon verlof te kwalificeren wordt afgewezen.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak die de beslissing van de bedrijfsvereniging had vernietigd en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de bedrijfsvereniging in het gelijk wordt gesteld.
Uitkomst: Het beroep van de bedrijfsvereniging wordt ongegrond verklaard en de oorspronkelijke beslissing inzake de WW-uitkering blijft in stand.