ECLI:NL:CRVB:2010:BN1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat niet-gebruikte vakantiedagen WW niet kunnen worden meegenomen naar volgend kalenderjaar
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij na zijn vakantie nog recht had op 12 vakantiedagen met behoud van WW-uitkering voor 2008, maar dat niet-gebruikte vakantiedagen niet konden worden meegenomen naar het volgende kalenderjaar. Hij stelde dat de bepalingen van boek 7 titel 10 BW van toepassing waren, omdat de Vakantieregeling WW hierover niets vermeldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de bepalingen van het BW niet gelden voor werklozen met een WW-uitkering, omdat zij geen civielrechtelijke arbeidsovereenkomst meer hebben. De WW en de daaruit voortvloeiende regelingen zijn van toepassing, waarin is bepaald dat maximaal 20 vakantiedagen met behoud van uitkering kunnen worden genoten en dat niet-gebruikte dagen niet kunnen worden overgeheveld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en verwijst naar eerdere rechtspraak. Tevens benadrukt de Raad dat de bepalingen van boek 7 titel 10 BW betrekking hebben op arbeidsovereenkomsten en niet van toepassing zijn op werklozen met WW-uitkering. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat niet-gebruikte vakantiedagen bij WW-uitkering niet kunnen worden meegenomen naar het volgende kalenderjaar.