ECLI:NL:CRVB:1993:AK5651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Boesjes
- H.A.A.G. Vermeulen
- Ch. de Vrey
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade na bedrijfsongeval bij gemeente Amsterdam
Eiser, werkzaam als monteur bij het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf, liep op 25 juni 1987 een ernstig bedrijfsongeval op waarbij zijn rechterhand bekneld raakte en blijvend verminkt werd. Hij verzocht de gemeente Amsterdam om vergoeding van immateriële schade, maar dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen omdat geen duidelijke oorzaak was vastgesteld en de werksituatie niet als onvoldoende beveiligd werd beschouwd.
Na een ongegrondverklaring van het beroep bij het Ambtenarengerecht, kwam eiser in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat een administratief orgaan in beginsel gehouden is schade te vergoeden die het gevolg is van een aan het orgaan toe te rekenen onveilige werksituatie, waarbij ook een zekere mate van risicoaanvaarding geldt. Uit het rapport van de Arbeidsinspectie bleek dat er geen oorzaak van het ongeval was vastgesteld, maar dat het werken aan het rechter wiel zonder leunspaanconstructie plaatsvond, terwijl die bij het linker wiel wel aanwezig was.
De Raad concludeerde dat de gemeente Amsterdam tekort was geschoten in haar zorgplicht door geen doelmatiger veiligheidsvoorzieningen te treffen. Daarom werd het bestreden besluit nietig verklaard en werd de gemeente veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van 15.000 gulden. Tevens werd verwezen naar vaste jurisprudentie omtrent vergoeding van kosten voor juridische bijstand in dergelijke zaken.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt nietig verklaard en de gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot betaling van 15.000 gulden immateriële schadevergoeding.