ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6476
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Centrale Raad van Beroep inzake pensioenherziening na intrekking Spoorwegpensioenwet
Eiser, geboren in 1924, geniet een ouderdomspensioen dat hem werd toegekend op grond van de toenmalige Spoorwegpensioenwet (SPW). Deze wet is per 1 januari 1994 ingetrokken en vervangen door een pensioenreglement onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet, beheerd door de Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF).
De directie van de SPF nam op 27 april 1995 een besluit waarin werd vastgesteld dat geen aanleiding bestond het pensioen van eiser te herzien. Eiser maakte hiertegen bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde zich de vraag of hij in absolute zin bevoegd was om van het beroep kennis te nemen, gelet op artikel 32 van Pro de Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds (Wp SPF). Dit artikel bepaalt dat de Raad bevoegd is voor besluiten die zijn genomen op grond van de SPW vóór 1 januari 1994 of op verzoeken die vóór die datum zijn gedaan. Het bestreden besluit en de pensioenspecificatie kwalificeren niet als besluiten in de zin van artikel 32 Wp Pro SPF.
De Raad oordeelde dat de burgerlijke rechter bevoegd is, omdat eiser geen daadwerkelijk verzoek tot herziening vóór 1 januari 1994 had ingediend. De stelling van verweerder dat de Raad toch bevoegd zou zijn vanwege een fictief verzoek in 1991 werd verworpen als een constructie zonder juridische kracht. Omdat eiser op aanwijzing van verweerder beroep bij de Raad had ingesteld, werd de Stichting SPF gelast het betaalde griffierecht van f 200,- aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en gelast de Stichting Spoorwegpensioenfonds het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.