ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6477
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- J.G. Treffers
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid Centrale Raad van Beroep inzake pensioenbesluit na intrekking Spoorwegpensioenwet
A. ontving vanaf 1 januari 1990 een ouderdomspensioen op grond van de Spoorwegpensioenwet (SPW). Deze wet werd per 1 januari 1994 ingetrokken en sindsdien is het pensioen gebaseerd op een pensioenreglement onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet (Wp SPF).
A. maakte bezwaar tegen een pensioenspecificatie van 1 februari 1994, waarin zijn pensioen werd aangepast vanwege het recht van zijn echtgenote op een pensioen volgens de Algemene Ouderdomswet. Dit bezwaar werd door het bestuur van de Stichting Spoorwegpensioenfonds ongegrond verklaard.
De Raad onderzocht of hij bevoegd was het beroep te behandelen. Artikel 32 van Pro de Wp SPF bepaalt dat de Raad bevoegd is voor besluiten die voor 1 januari 1994 zijn genomen of op verzoeken die voor die datum zijn gedaan. De pensioenspecificatie en het bestreden besluit vielen hier niet onder. Daarom oordeelde de Raad dat hij niet bevoegd was en dat de burgerlijke rechter wel bevoegd is.
Omdat A. op aanwijzing van verweerder het beroep bij de Raad had ingesteld, werd de Stichting Spoorwegpensioenfonds verplicht het betaalde griffierecht van 200 gulden aan A. terug te betalen.
De Raad verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wees de zaak toe aan de burgerlijke rechter.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst de bevoegdheid toe aan de burgerlijke rechter.