ECLI:NL:CRVB:1996:ZB6529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum AAW-uitkering ondanks bijzonder geval
Appellante diende op 6 juli 1988 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), met de mededeling dat zij sinds 1977 geheel arbeidsongeschikt was. Het bestuur kende haar uitkering toe met ingang van 6 juli 1987, één jaar vóór de aanvraagdatum, en stelde dat geen sprake was van een bijzonder geval dat een eerdere ingangsdatum rechtvaardigde.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de ingangsdatum betrof, waarbij werd overwogen dat het bestuur een nieuwe beslissing moest nemen met inachtneming van die overwegingen. Hoewel het bestuur erkende dat sprake was van een bijzonder geval, besloot het geen gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid om de uitkering eerder te laten ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum.
Appellante stelde dat het bestuur gebonden was aan de overwegingen van de rechtbank, ook al waren die overwegingen ten overvloede gegeven. De Raad oordeelde echter dat deze overwegingen niet bindend waren en dat het bestuur vrij stond om bij de nieuwe beslissing af te wijken van de rechtbanksoverwegingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verwierp het hoger beroep van appellante, waarmee het bestuur in redelijkheid geen eerdere ingangsdatum hoefde toe te kennen ondanks het bijzondere geval.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit om de AAW-uitkering niet eerder te laten ingaan dan één jaar voor de aanvraagdatum wordt bevestigd.