ECLI:NL:CRVB:1997:AA8502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Chr. van Voorst
- H.M.J.I. Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens gebrek aan objectieve beperkingen
Appellante was sinds november 1990 werkzaam als secretaresse en ontving vanaf maart 1992 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens vermeende ernstige klachten waaronder vermoeidheid en psychische problemen. Gedaagde besloot deze uitkeringen per 1 november 1994 in te trekken op grond van het oordeel dat appellante geschikt was voor passende arbeid. Ook werd een latere ziekengelduitkering geweigerd vanaf 13 september 1995 nadat zij hersteld werd geacht van een malariainfectie.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante stelde zich op het standpunt dat zij nog steeds arbeidsongeschikt was, onder meer vanwege ME/CVS en psychische klachten. De Raad overwoog echter dat het stellen van de diagnose ME/CVS op zich geen arbeidsongeschiktheid impliceert en dat de medische gegevens geen objectieve beperkingen aantoonden die haar arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen.
De Raad benadrukte dat het bestreden besluit genomen was vóór de publicatie van de TICA-richtlijn en dat deze richtlijn geen bindende status heeft voor individuele gevallen. De Raad vond geen aanleiding om het standpunt van gedaagde te verwerpen en concludeerde dat de besluiten niet in strijd waren met het recht of het bestuursrechtelijke zorgvuldigheidsbeginsel. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en de intrekking van de uitkeringen gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wegens het ontbreken van objectieve medische beperkingen.