ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G.L. Plomp
- A. Beuker-Tilstra
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en proceskostenveroordeling
Appellant kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Na een ongeval en ziekenhuisopname werd dit besluit aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek naar arbeidsmogelijkheden niet volledig was en dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) het oorspronkelijke besluit had gewijzigd door een hogere arbeidsongeschiktheidsclassificatie toe te kennen.
De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit niet in stand kon blijven, omdat het was gewijzigd door latere besluiten. Hoewel het beroep tegen het besluit tot toekenning van een hogere uitkering niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang, werd het beroep tegen het besluit tot herziening van de uitkering naar 15-25% ongegrond verklaard. De Raad baseerde zich op medische rapporten die geen significante verslechtering of afwijking in arbeidsongeschiktheid aantoonden.
Daarnaast werd appellant in het gelijk gesteld wat betreft de proceskostenveroordeling. De Raad veroordeelde de gedaagde partij tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht. Het geschil betrof de juiste inschatting van de mate van arbeidsongeschiktheid en de rechtmatigheid van de besluiten van het Lisv.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 15-25% wordt vernietigd, het beroep tegen een hogere uitkering niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de herziening naar 15-25% ongegrond, met een proceskostenveroordeling ten gunste van appellant.