ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering en rechtsgeldigheid intrekking AAW/WAO-uitkering
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok de uitkeringen van gedaagde krachtens de AAW en WAO in, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het besluit was gedaald tot onder de 25% respectievelijk 15%. Gedaagde stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het motiveringsvereiste van artikel 4:17 Awb Pro weliswaar niet volledig is nageleefd, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van het besluit omdat gedaagde in de procedure voldoende duidelijkheid heeft gekregen over de feitelijke en juridische gronden. Ook wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was ondanks het ontbreken van aanvullende informatie van behandelend artsen.
Verder is het arbeidskundig aspect voldoende onderbouwd, omdat de gebruikte fulltime functies ook in parttime-vorm voorkomen, passend bij de situatie van gedaagde. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, terwijl appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de AAW/WAO-uitkeringen blijft in stand ondanks motiveringsgebreken.