ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ontslagbesluit ambtenaar wegens termijnoverschrijding
Appellante, een ambtenaar bij de gemeente, kreeg op 11 januari 1994 een ontslagbesluit dat haar op 14 januari 1994 per aangetekende brief werd toegezonden. Zij maakte bezwaar op 28 februari 1994, wat door de gemeente werd ontvangen op 1 maart 1994. De rechtbank verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, een oordeel dat zij aanvocht in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de uitleg van de Awb-artikelen 3:41 en 6:8 over het moment van bekendmaking van het besluit en het begin van de bezwaarperiode. Appellante stelde dat de termijn pas op 17 januari 1994 begon, de dag van ontvangst, omdat het besluit zowel door toezending als uitreiking bekend was gemaakt, en dat de uitreiking voorrang moest krijgen.
De Raad oordeelde dat bij bekendmaking door toezending de datum van verzending (datumstempel PTT) bepalend is voor het begin van de termijn, niet de dag van uitreiking door de postbode. Dit voorkomt dat belanghebbenden de termijn kunnen beïnvloeden door het niet in ontvangst nemen van aangetekende stukken. De Raad verwierp ook het beroep op het Burgerlijk Wetboek omdat de Awb een eigen stelsel kent.
Daarmee bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het ontslagbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.