ECLI:NL:CRVB:2013:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking inkomensvoorziening WIJ wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante ontving een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) en werd uitgenodigd voor een gesprek waarbij zij documenten moest overleggen. Hoewel zij op het gesprek verscheen, leverde zij de gevraagde stukken niet aan. Het dagelijks bestuur schortte daarop de uitkering op en gaf een hersteltermijn tot 3 februari 2011. Na het verstrijken van deze termijn trok het bestuur de voorziening met terugwerkende kracht in.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij de stukken per post had opgestuurd en het besluit van opschorting niet had ontvangen omdat TNT Post geen afhaalbericht had achtergelaten. Zij verwees naar civielrechtelijke jurisprudentie die stelt dat het ontbreken van een afhaalbericht niet automatisch betekent dat het bericht niet is aangeboden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het op de belanghebbende rust om aannemelijk te maken dat geen afhaalbericht is achtergelaten, hetgeen appellante niet kon. Civielrechtelijke jurisprudentie is niet van toepassing in bestuursrechtelijke procedures, waar de Algemene wet bestuursrecht een eigen stelsel kent. Ook was de hersteltermijn niet te kort en was appellante niet in staat gebleken de gevraagde stukken te overleggen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de inkomensvoorziening wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens en wijst het hoger beroep af.