ECLI:NL:CRVB:1997:ZB7402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Jurisprudentie over pensioenuitkering en inkomen in het kader van IOAZ
Gedaagde, voormalig maatschappelijk werkster en zelfstandig paranormaal genezeres, ontving een IOAZ-uitkering na het staken van haar werkzaamheden om gezondheidsredenen. Na haar echtscheiding in 1987 kreeg zij recht op 34,36% van het bruto levenslange ouderdomspensioen van haar ex-echtgenoot. Vanaf 1 april 1994 ontving zij dit pensioenbedrag.
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, hield dit pensioenbedrag in op haar IOAZ-uitkering. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht omdat het pensioen van de ex-echtgenoot niet als inkomen van gedaagde werd beschouwd. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat pensioenuitkeringen als inkomen in verband met arbeid moeten worden gezien, ook als deze via de ex-echtgenoot worden ontvangen.
De Raad baseert zich op de jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat pensioenrechten mede voortvloeien uit de gemeenschappelijke inspanning binnen het huwelijk en dat verrekening van pensioenrechten tussen ex-echtgenoten via een voorwaardelijke uitkering kan plaatsvinden. Het recht op alimentatie is juridisch anders van aard dan het recht op pensioenuitkeringen. De Raad verklaart het beroep van appellant ongegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep van appellant ongegrond en bevestigt dat pensioenuitkeringen via de ex-echtgenoot als inkomen in mindering op de IOAZ-uitkering mogen worden gebracht.