ECLI:NL:CRVB:2004:AS2426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alimentatiebetalingen als inkomen in de zin van de Algemene bijstandswet
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en kreeg daarnaast alimentatiebetalingen van haar ex-partner, die sinds zijn pensionering maandelijks een bedrag betaalde. Het college bracht dit bedrag in mindering op de bijstandsuitkering, wat appellante betwistte. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de alimentatiebetalingen gezien moeten worden als inkomen in de zin van artikel 47, eerste lid, van de Abw. Dit artikel definieert inkomen onder meer als periodiek ontvangen middelen die kunnen worden ingezet voor levensonderhoud. De Raad verwees naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie die bevestigen dat ook een eenmalig bedrag als inkomen kan worden aangemerkt indien het naar zijn aard daarmee overeenkomt.
Verder werd vastgesteld dat de alimentatiebetalingen hun juridische grondslag vinden in de pensioenrechten van de ex-partner, die tijdens het huwelijk waren opgebouwd en waarvan appellante recht heeft op een uitkering bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van haar ex-partner. Dit recht vloeit voort uit het Boon/Van Loon-arrest van de Hoge Raad en het echtscheidingsconvenant. De Raad concludeerde dat de betalingen naar hun aard overeenkomen met inkomsten uit arbeid in het kader van een pensioenregeling en derhalve terecht als inkomen zijn aangemerkt en in mindering zijn gebracht op de bijstandsuitkering.
Uitkomst: De alimentatiebetalingen van de ex-partner worden terecht als inkomen aangemerkt en in mindering gebracht op de bijstandsuitkering.