ECLI:NL:CRVB:1998:AA3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.M. van Male
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens procesrechtelijke tekortkomingen
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) heeft de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van gedaagde ingetrokken op grond van een vermeende vermindering van arbeidsongeschiktheid tot onder de 25%. Gedaagde stelde dat de rechtbank ten onrechte zijn zienswijze op het deskundigenrapport van psychiater Brak niet in behandeling had genomen, omdat de termijn van vier weken volgens artikel 8:47 lid 5 Awb Pro niet was gerespecteerd.
De Raad constateerde dat het deskundigenrapport niet aangetekend was verzonden, waardoor de termijn pas op de dag na de toezending van 22 maart 1996 begon te lopen. De rechtbank had de reactie van gedaagde op 11 april 1996 niet mogen negeren. Daarnaast ontving gedaagde het rapport van Stichting Pelita pas na de uitspraak, wat strijdig is met de beginselen van een goede procesorde.
Medisch gezien toonden rapporten van neuroloog Tacke, psychiater Brak en prof. dr Van den Bosch aan dat gedaagde op de datum van intrekking slechts voor circa 50% belastbaar was. Het besluit tot intrekking was daarom op een onjuiste medische grondslag gebaseerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van gedaagde, inclusief griffierecht. Hiermee werd de procedurele en inhoudelijke rechtmatigheid van het besluit bekrachtigd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.