ECLI:NL:CRVB:1998:AA8625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.H. Hugenholtz
- J.C.F. Talman
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbaarheid werkloosheid bij gebruik uittredingsregeling havenarbeider
Betrokkene, geboren in 1937, was werkzaam bij Verbrugge Terminals B.V. en maakte gebruik van een uittredingsregeling die onderdeel was van het Havenakkoord. Na beëindiging van het dienstverband legde de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging (NAB) een sanctie op van 30% korting op de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, omdat de beëindiging formeel was vastgelegd als ontslag met wederzijds goedvinden.
De Raad beoordeelt het geschil aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de relevante beleidsregels, waarbij onder meer wordt meegewogen dat de ouderenrichtlijn was ingetrokken en dat de uittredingsregeling niet langer automatisch niet-verwijtbare werkloosheid garandeerde. De Raad stelt vast dat betrokkene niet verwijtbaar werkloos is, omdat aannemelijk is dat de werkgever op korte termijn een ontslagvergunning zou hebben verkregen als betrokkene niet vrijwillig was vertrokken.
De rechtbank had de sanctie vernietigd wegens de zwaarte ervan, maar de Raad vernietigt het primaire besluit volledig voor zover het de sanctie betreft, omdat het Lisv niet bevoegd was deze op te leggen. De Raad bevestigt het bestreden besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde, maar vernietigt dit besluit op andere gronden en beveelt herbeslissing. Proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De sanctie wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd omdat betrokkene niet verwijtbaar werkloos is.