De Raad wil overigens niet onvermeld laten dat hij kan onderschrijven hetgeen appellant heeft aangevoerd met betrekking tot de overwegingen die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gewijd aan de door gedaagde genoemde omstandigheden welke tot het onjuist invullen van de onderhavige werkbriefjes zouden hebben geleid. In het aanvullend beroepschrift heeft appellant die grieven als volgt verwoord:
"In de eerste plaats merkt ondergetekende op dat het aan gedaagde toe te rekenen valt dat hij heeft nagelaten inkomsten op te geven. Met de rechtbank is ondergetekende van mening dat het niet van belang is of en in hoeverre sprake is geweest van opzet, kwade trouw of schuldige nalatigheid. Ondergetekende kan zich echter niet verenigen met de overweging van de rechtbank dat het van belang is dat gedaagde in afwachting was van de werkelijke loongegevens van Randstad en dat gedaagde in verband met het overlijden van zijn moeder verzuimd heeft de juiste loongegevens op te vragen.
De rechtbank gaat er ten onrechte aan voorbij dat de in het dossier aanwezige werkbriefjes allen laten zien dat de door gedaagde (destijds wel opgegeven) gewerkte uren door werkgever Randstad tijdig zijn afgestempeld en door gedaagde tijdig zijn ingeleverd. Niet de werkelijke computerloongegevens van Randstad, zoals de rechtbank impliciet overweegt, zijn van belang, doch de door gedaagde gewerkte uren.
Er is geen reden aanwezig waarom gedaagde deze uren niet op zijn werkbriefjes kon vermelden, nu hij de betreffende peiodes ook gewoon kon werken. Ondergetekende verliest daarmee niet uit het oog dat het overlijden van zijn moeder voor gedaagde een schokkende en emotionele gebeurtenis is geweest, doch met het toeschrijven van het verzuim (in casu het opvragen van de werkelijke loongegevens) aan het overlijden van gedaagdes moeder gaat de rechtbank er aan voorbij dat gedaagde ieder gewerkt uur en elke gewerkte dag kan vermelden op het in zijn bezit zijnde werkbriefje. Dat de werkelijke loongegevens van een uitzendbureau eerst een maand later bekend worden is in casu een omstandigheid die irrelevant is. Gedaagde weet c.q. kan voor aanvang van zijn werkzaamheden bij het uitzendbureau op de hoogte zijn van het voor hem vastgestelde brutoloon per uur. Niet valt in te zien waarom gedaagde niet direct na afloop van de door hem verrichte werkzaamheden alvast tot invulling van zijn werkbriefje van de tot dan toe verrichte werkzaamheden had kunnen overgaan.
Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de bedrijfsvereniging mee laat wegen dat gedaagde per
10 oktober 1995 zijn dagelijkse werkzaamheden heeft hervat, terwijl gedaagde ter zitting mededeelde dat het onjuist is dat hij op 10 oktober 1995 zijn werkzaamheden heeft hervat. Nergens heeft de bedrijfsvereniging echter aangegeven dat gedaagde het werk heeft hervat; met de term ter hand nemen van de dagelijkse gang van zaken is veeleer beoogd aan te geven dat gedaagde op 10 oktober 1995 over is gegaan tot invulling van het werkbriefje over de periode
11 september 1995 tot en met 8 oktober 1995 en inlevering van het werkbriefje bij de correspondent WW. Het is des te merkwaardiger dat gedaagde wel in staat is in deze periode te solliciteren en een drietal sollicitaties op dit werkbriefje wel te vermelden met de data 26 september 1995,
30 september 1995 en 2 oktober 1995, doch het niet opgeven van gewerkte dagen en uren toe te schrijven aan het later bekend worden van de werkelijke loongegevens van Randstad en het overlijden van zijn moeder. Ondergetekende wil benadrukt zien dat gedaagde niet alleen heeft verzuimd zijn gewerkte uren te vermelden op het werkbriefje, maar zelfs vraag 3 van de werkbriefjes zonder voorbehoud telkenmale met 'nee' beantwoordt.
Vervolgens gaat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij dat gedaagde ook al in week 16 van 1995 gewerkt heeft bij Randstad en deze werkzaamheden niet heeft opgegeven op het werkbriefje. Gedaagde werkte in week 16 van 1995 (17 april tot en met 23 april) in totaal 16 uur verdeeld over twee dagen, zonder hiervanmededeling te doen aan de bedrijfsvereniging. Ook in week 34 van 1995 (21 augustus 1995 tot en met 27 augustus 1995) werkte gedaagde bij Randstad, in totaal 32 uur verdeeld over 4 dagen. Daar gedaagde niet hoefde te wachten op werkelijke loongegevens van Randstad bij het invullen van het werkbriefje over de periode 14 augustus 1995 tot en met 10 september 1995, doch kon overgaan tot directe ureninvulling op het werkbriefje (zoals hij voorheen ook deed), is het overlijden van zijn moeder ook hier irrelevant. Hetzelfde geldt voor week 35 van 1995, 8 uur gewerkt op 1 dag."