ECLI:NL:CRVB:1998:AA8631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- Ch.J.G. Olde Kalter
- P.H. Hugenholtz
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt sanctiebesluit wegens onjuiste beleidsvrijheid bij terugvordering WW-uitkering
Het geschil betreft een terugvordering van een WW-uitkering door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) van gedaagde wegens het niet melden van werkzaamheden bij een uitzendbureau in 1995. Lisv legde een sanctie op van 20% gedurende 16 weken en eiste terugbetaling van een te veel ontvangen bedrag.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de sanctie en terugvordering betrof, omdat de sanctie niet evenredig was met de ernst van de verwijtbaarheid, mede gelet op persoonlijke omstandigheden van gedaagde zoals het overlijden van zijn moeder. Lisv ging in hoger beroep en handhaafde de sanctie, maar erkende een fout in de terugvordering.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat Lisv zijn beleidsvrijheid had overschreden door een te categorisch beleid te voeren dat geen ruimte liet voor lichtere sancties zoals voorgeschreven in het Tica-besluit. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat Lisv een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De Raad benadrukte dat het Tica-besluit vijf sanctieklassen kent voor benadelingshandelingen en dat de beleidsvrijheid beperkt is tot het bepalen van verwijtbaarheidscriteria binnen deze klassen. De persoonlijke omstandigheden van gedaagde en de aard van de nalatigheid werden meegewogen in de beoordeling van de proportionaliteit van de sanctie.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en Lisv moet een nieuwe beslissing nemen.