ECLI:NL:CRVB:1998:AA8632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht rij-instructeurs op grond van werknemersverzekeringen
In deze zaak staat centraal of de werkzaamheden van rij-instructeurs bij appellant onder de werknemersverzekeringen vallen en of de premies voor 1989 en 1990 tijdig zijn vastgesteld. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) heeft de verzekeringsplicht vastgesteld op grond van artikel 3 van Pro de Ziektewet, Werkloosheidswet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en Ziekenfondswet. Appellant betwist dit en voert aan dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking zou zijn en dat de premienota's onjuist zijn geadresseerd.
De Raad oordeelt dat er voldoende aanknopingspunten zijn voor het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellant en de rij-instructeurs. De franchise-overeenkomsten bevatten bepalingen over persoonlijke dienstverrichting, instructies, lesgeld en boetebepalingen, die wijzen op een gezagsverhouding. Verder wordt vastgesteld dat de onjuiste tenaamstelling van de premienota's niet leidt tot het verlies van het premievaststellend moment, omdat appellant de nota's heeft gezien en wist dat hij premie verschuldigd was.
De uitspraak van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde, wordt daarmee bevestigd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De verzekeringsplicht blijft gehandhaafd en de premies zijn tijdig vastgesteld.
Uitkomst: De verzekeringsplicht voor de rij-instructeurs wordt bevestigd en de premies zijn tijdig vastgesteld.