ECLI:NL:CRVB:1998:AA8678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- D.J. van der Vos
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verstrekking voorzieningen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellante heeft bij de gemeente Tiel voorzieningen aangevraagd op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG), waaronder een Zweedse stoel, een rolstoel en aanpassingen in de sanitaire ruimte. De rechtbank Arnhem heeft het verzoek afgewezen omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van objectiveerbare beperkingen en langdurige noodzaak.
In hoger beroep betwist appellante dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de WVG vereist dat beperkingen medisch objectief aantoonbaar moeten zijn en dat voorzieningen langdurig noodzakelijk moeten zijn om deze beperkingen op te heffen of te verminderen. De Raad acht de medische rapporten onvoldoende om te concluderen dat aan deze criteria is voldaan.
De Raad sluit aan bij de rechtbank dat er geen sprake is van objectiveerbare beperkingen die de gevraagde voorzieningen rechtvaardigen. Ook is geen sprake van een ernstig pijnsyndroom dat relevant zou zijn voor de toepassing van de WVG. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor voorzieningen op grond van de WVG wegens ontbreken van objectiveerbare beperkingen en langdurige noodzaak.