ECLI:NL:CRVB:2008:BC7294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vervoersvoorziening wegens ontbreken indicatie collectief vervoer
Appellante had op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer toegekend gekregen. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven besloot deze voorziening per 1 augustus 2005 te beëindigen, omdat appellante gebruik kon maken van het openbaar vervoer.
Appellante voerde aan dat zij vanwege pijnklachten niet met het openbaar vervoer kon reizen en dat de arts van Argonaut onvoldoende informatie had ingewonnen. Zij overhandigde medische verklaringen van haar huisarts ter onderbouwing.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat de rapporten van de Argonaut-arts, die concludeerde dat er geen fysieke oorzaak was voor de ervaren mobiliteitsbeperking en dat de aandoening geen blijvende afwijkingen gaf, voldoende waren. De medische informatie van de huisarts en specialisten bood geen nieuwe inzichten. De Raad oordeelde dat appellante objectief gezien in staat was het openbaar vervoer te gebruiken en bevestigde het besluit tot beëindiging van de vervoersvoorziening.
Uitkomst: De vervoersvoorziening wordt beëindigd omdat appellante objectief in staat wordt geacht het openbaar vervoer te gebruiken.