ECLI:NL:CRVB:1998:AA8728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- H.J. Grendel
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens daling arbeidsongeschiktheid onder maatmaninkomen
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) trok per 2 augustus 1995 de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van gedaagde in wegens een daling van zijn arbeidsongeschiktheid tot onder 15%. Gedaagde was sinds oktober 1991 langdurig werkloos met korte onderbrekingen en ontving geen loongerelateerde uitkering meer. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij van mening was dat de maatman niet correct was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de beperkingen van gedaagde juist waren vastgesteld en dat het uitgangspunt voor de maatman bij langdurige werkloosheid het wettelijk minimumloon is. Gezien de duur van de werkloosheid en het ontbreken van een loongerelateerde uitkering achtte de Raad het gerechtvaardigd om de maatman als langdurig werkloze met het wettelijk minimumloon te bepalen.
Omdat de resterende verdiencapaciteit van gedaagde in geschikte functies dit maatmaninkomen overtrof, was de intrekking van de uitkering terecht. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering per 2 augustus 1995 is terecht en het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.