ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor zij geen recht had op uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat het arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen, waaronder klachten door de ziekte van Raynaud en rug- en beenklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV een onjuist maatmanloon hanteerde. De Raad overwoog dat de beperkingen adequaat waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst en dat de geduide functies medisch passend waren.
Verder bevestigde de Raad dat het maatmanloon niet gebaseerd wordt op de laatstelijk verrichte arbeid, maar op het inkomen van de langdurige werkloze, namelijk het wettelijk minimumloon. Gezien het ontbreken van nieuwe medische gegevens en de onderbouwing van het UWV werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.