ECLI:NL:CRVB:1998:AZ9654
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht door vader namens dochter in coma
In deze zaak stelde de vader als zaakwaarnemer hoger beroep in namens zijn dochter die door een ernstig ongeval in coma lag. Het griffierecht voor het hoger beroep werd niet tijdig betaald, waardoor het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
De dochter was vanwege haar medische toestand niet in staat kennis te nemen van de uitspraak en het appèlschrift. Zij verbleef langdurig in ziekenhuizen en was rolstoelgebonden, met voortdurende medische behandelingen zoals nierdialyse. Toen zij uiteindelijk kennis kreeg van het hoger beroep, betaalde zij het griffierecht zo spoedig mogelijk.
De Raad oordeelde dat onder deze bijzondere omstandigheden de niet-ontvankelijkverklaring achterwege had moeten blijven, omdat redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat opposante in verzuim was. Het verzet werd daarom gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.