ECLI:NL:CRVB:1998:BD2010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en terugwijzing zaak over herziening WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) om zijn WAO-uitkering per 1 januari 1995 in te trekken en de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien van 15-25%. De rechtbank had het besluit vernietigd en de uitkering herzien vastgesteld, maar deed dit zonder toestemming van beide partijen de zaak zonder zitting af te doen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank in strijd met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht handelde omdat niet beide partijen toestemming hadden gegeven voor het achterwege laten van een zitting. Tevens had de rechtbank onvoldoende rekening gehouden met een nieuw medisch rapport uit 1996 en ontbraken belangrijke stukken in het dossier.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak en wees de zaak terug naar de rechtbank te Haarlem voor nader onderzoek, waarbij ook de ontbrekende medische en arbeidskundige rapporten moeten worden betrokken. De Raad bepaalde dat het griffierecht aan appellant moet worden vergoed en dat de proceskostenveroordeling afhankelijk is van de uitkomst van het vervolgproces.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nader onderzoek.