ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- R.C. Schoemaker
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding en buitengerechtelijke kosten na herziening nabestaandenpensioen ABP
In deze zaak staat de herziening van het nabestaandenpensioen van gedaagde centraal, waarbij de door haar echtgenoot in Indonesië doorgebrachte diensttijd als dubbeltellend werd erkend. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank werd het pensioen verhoogd en een nabetaling toegekend. Gedaagde vorderde daarnaast vergoeding van wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
De Stichting Pensioenfonds ABP wees aanvankelijk een deel van de rentevergoeding toe, maar weigerde buitengerechtelijke kosten te vergoeden. De rechtbank vernietigde het besluit van 26 april 1996 wegens schending van de hoorplicht en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het besluit van 26 april 1996 niet in stand kan blijven vanwege de hoorplichtschending. Tevens oordeelt de Raad dat het schadebesluit een appellabel besluit is en dat bij de beoordeling aansluiting moet worden gezocht bij het civiele schadevergoedingsrecht. De Raad wijst appellants grief tegen de toegepaste maatstaf af en bevestigt de omvang van de wettelijke rente zoals door de rechtbank vastgesteld.
Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten oordeelt de Raad dat alleen kosten gemaakt na het onrechtmatige besluit voor vergoeding in aanmerking komen en dat geen sprake is van een bijzonder geval dat vergoeding rechtvaardigt. Het beroep van gedaagde tegen het besluit van 28 februari 1997 wordt ongegrond verklaard. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten aan gedaagde en bevestigt het griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit van 26 april 1996 wegens schending van de hoorplicht en wijst de vergoeding van buitengerechtelijke kosten af.