ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bijstand voor opleidingskosten op grond van voorliggende voorziening
Appellante heeft een opleiding gevolgd waarvoor zij bijstand in de kosten heeft aangevraagd. De gemeente heeft dit afgewezen omdat zij meent dat een persoonlijke lening bij de ABN/AMRO-bank, gekoppeld aan een 'No Cure No Pay'-garantie van het opleidingsinstituut, een passende en toereikende voorliggende voorziening is volgens artikel 1a van de Algemene Bijstandswet (ABW).
De Raad stelt vast dat de opleiding noodzakelijk wordt geacht en dat appellante niet betwist dat de lening beschikbaar is. Er zijn geen zeer dringende redenen aanwezig om af te wijken van het verbod op bijstand indien een voorliggende voorziening bestaat. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de enkele gevallen waarin anderen wel bijstand kregen, incidentele fouten betreffen en niet leiden tot een verplichting om ook aan appellante bijstand te verlenen.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de weigering van bijstand rechtmatig is. De aanvraag van appellante wordt afgewezen omdat de lening als passende voorliggende voorziening geldt en geen uitzonderingen op deze regel zijn aangetoond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijstand voor opleidingskosten vanwege het bestaan van een passende voorliggende voorziening.