ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep op hogere buitenlandtoelage voor uitgezonden ambtenaren
Appellanten, allen ambtenaren uitgezonden naar de Nederlandse Antillen of Aruba, maakten bezwaar tegen de hoogte van hun buitenlandtoelage, stellende dat zij recht hadden op een regeling gelijk aan die van KabNA-ambtenaren. De Minister wees deze verzoeken af omdat er geen sprake was van gelijke gevallen.
De Raad bevestigde dat appellanten als ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet 1929 kunnen worden aangemerkt en dus belanghebbenden zijn bij de bestreden besluiten. De Raad oordeelde echter dat de verschillen in rechtspositie en financiering tussen appellanten en KabNA-ambtenaren een gelijkheidsbeginsel beroep niet rechtvaardigen.
Daarnaast concludeerde de Raad dat de Minister niet in strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels heeft gehandeld en dat er geen rechtens te honoreren verwachtingen bij appellanten waren gewekt. De eerdere uitspraken van belastingrechtbanken waren niet relevant voor deze bestuursrechtelijke kwestie. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op een hogere buitenlandtoelage wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.